Hoe weet je wat je seksuele voorkeur is?

Bijna iedereen wordt wel een keer verliefd. De een vaker dan de ander. De een wordt verliefd op een meisje, de ander op een jongen en weer een ander op iemand die er meer tussenin zit. Of je wordt verliefd op meiden, jongens én op mensen die daar tussenin zitten. Dit wordt een verschil in seksuele voorkeur genoemd.

De termen die gebruikt worden zijn: hetero, homo, bi of lesbische voorkeur. Ook queer of panseksueel wordt wel gebruikt: als je niet van hokjes houdt en je niet direct op de ene of de andere gender valt. Als je nooit verliefd wordt op iemand noem je dat aromantisch. Ook noem je het aseksueel als je wel verliefd wordt, maar geen behoefte hebt aan seks.

Er zijn dus veel mogelijkheden en ook veel woorden (labels of hokjes).  Labels zijn soms handig maar kunnen ook  verwarrend of beperkend zijn. Soms verstaat een ander namelijk iets heel anders onder het label dan jijzelf!

Welk label herken jij?

• Je voelt je met name een meisje en je valt met name op meisjes. Je kunt dan het label ‘lesbisch’ gebruiken of gewoon zeggen “ik val op meisjes”.

• Je voelt je met name een meisje en je valt met name op jongens. Je kunt dan het label ‘hetero’ gebruiken of gewoon zeggen “ik val op jongens”.

• Je voelt je met name een meisje en je valt de ene keer op een meisje, de andere keer op een jongen. Je kunt dan het label ‘bi’ gebruiken.

• Je voelt je met name een jongen en je valt met name op jongens. Je kunt dan het label ‘homo’ gebruiken of gewoon zeggen “ik val op jongens”.

• Je voelt je met name jongen en je valt met name op meisjes. Je kunt dan het label ‘hetero’ gebruiken of gewoon zeggen “ik val op meisjes”.

• Je voelt je met name met jongen en je valt de ene keer op een jongen, de andere keer op een meisje. Je kunt dan het label ‘bi’ gebruiken.

• Je voelt je zowel geen meisje als jongen, en je valt op jongens. Je kunt dan:
         o Je kunt gewoon zeggen “ik val op jongens”
         o Je kunt jezelf queer noemen

• Je voelt je zowel geen meisje als jongen, en je valt op meisjes. Je kunt dan:
         o Je kunt gewoon zeggen “ik val op meisjes”
         o Je kunt jezelf queer noemen

• Je voelt je zowel geen meisje als jongen, en je valt de ene keer op een meisje en de andere keer op jongens. Je kunt dan:
         o Je kunt jezelf ‘bi’ noemen
         o Je kunt jezelf queer noemen

• Je voelt je zowel een meisje als een jongen. Je valt op jongens. Je kunt dan:
         o Je kunt gewoon zeggen “ik val op jongens”
         o Je kunt jezelf queer noemen

• Je voelt je zowel een meisjes als een jongen, en je valt de ene keer op meisjes en de andere keer op jongens.
         o Je kunt jezelf ‘bi’ noemen
         o Je kunt jezelf queer noemen

• Je voelt je zowel een meisje als een jongen. Je valt op meisjes. Je kunt dan:
         o Je kunt gewoon zeggen “ik val op meisjes”
         o Je kunt jezelf queer noemen

Esther: ‘Ja nou lesbisch…. Weet je. Al die terminologie, het is allemaal zo plastisch, het is maar om het hokje aan te geven en ja, ik weet niet of ik nou zo trots ben op het feit van woehoe, ik ben lesbisch… Ik val gewoon op vrouwen en in welk hokje je dat wilt duwen, dat schijnt dan lesbisch te zijn….’
In: ‘Een dubbel gevoel’ Rutgers WPF, 2012

Maar het gaat er bij seksuele voorkeur natuurlijk niet alleen om welke gender iemand heeft: je valt misschien op mooie bruine ogen, op blonde lange lokken, op iemand met veel grappen of juist een verlegen type. En dat kan iedere keer anders zijn. Uiteindelijk is verliefd zijn altijd een unieke ervaring!

Meer weten over op wie je valt? Kijk op sense.info

Verwarring tussen genderidentiteit en seksuele voorkeur

 

Het kan voor jongeren met transgender gevoelens lastig zijn om hun eigen seksuele voorkeur te benoemen: omdat je in transitie zit, omdat je in transitie wilt of juist omdat je niet duidelijk voor ogen hebt of je mannelijk, vrouwelijk of anders bent.

Het is ook verschillend per persoon wat er eerst is: je gevoel een jongen, meisje of anders te zijn (genderidentiteit) of je gevoel dat je op meisjes, jongens of allebei valt (seksuele voorkeur). De een weet al snel wat de eigen gender is, de ander weet sneller wat de eigen seksuele voorkeur is. Dat verschilt van persoon tot persoon.

Als je weet op wie jij valt is en wat je genderidentiteit is (dat is dus niet automatisch hetzelfde als je lijf, het gaat erom hoe jij je voelt!), kun je eventueel een label gebruiken om je seksuele voorkeur te benoemen. Als jij je dus een meisje voelt (maar misschien nu het lijf hebt van een jongen), en op jongens valt, dan kun je je bijvoorbeeld hetero noemen. Misschien zullen mensen in jouw omgeving vinden dat jij homo bent omdat ze je nog zien als jongen. Maar het is aan jou om te bepalen hoe jij jezelf noemt.

Soms kan het voor jezelf niet duidelijk zijn wat je voelt. Of je hebt gewoon geen zin om hier een label aan te hangen. Dat is natuurlijk helemaal oke! De hokjes ‘homo’, ‘hetero’ zijn alleen maar labels. Voel je niet verplicht om ze te gebruiken!

Jeroen: ‘En het begin van het proces, ja toen keek ik natuurlijk heel veel naar mannen. En ja, dan denk ik: Kijk ik nou naar mannen omdat ik op ze val of omdat ik denk: zo wil ook wel zijn?’
In: ‘Een dubbel gevoel’ Rutgers WPF, 2012

Soms kan je seksuele voorkeur tijdens of na een transitie veranderen. Misschien viel je eerst op meiden en val je nu (meer) op jongens. Of andersom.

Verandert je seksuele voorkeur na de transitie?

Soms verandert je seksuele voorkeur tijdens een transitieproces. Bijvoorbeeld: eerder viel je op meisjes en soms op jongens en na je transitie (operaties en hormonen op je lijf aan te passen) val je vaker op jongens.

Meestal verandert echter je seksuele voorkeur niet door een transitie. Na een transitie verandert hierdoor vaak het label dat anderen voor jou gebruiken. Want: als jij een jongen bent, maar je had eerst het lijf van een meisje en je valt op jongens, dan zagen anderen jou wellicht als hetero, omdat ze je mogelijk toen eerder nog wel eens zagen als meisje. Nu je het lijf hebt van een jongen en je valt op jongens, zullen anderen je mogelijk eerder zien als homo.

 

  • Bedenk dat termen als ‘homo’, ‘hetero’, ‘bi’ slechts hokjes zijn. Je hoeft niet in zo’n hokje.
  • Het is niet gek als je (even) niet weet wat je seksuele voorkeur is. Dit komt omdat dit niets te maken heeft met je genderidentiteit. Het is ook niet erg om het (even) niet te weten. Je bent aan niemand verantwoording verschuldigd over je seksuele voorkeur.
  • Praten met andere jongeren met transgender gevoelens over je seksuele voorkeur is vaak fijn. Door het delen van ervaringen, is het makkelijker om na te denken over je eigen gevoelens.
  • Als je even helemaal niet aan daten en seks moet denken: don’t worry! Ook dat is helemaal oké!