Ervaringsverhalen

Hiernaast vind je verhalen van jongeren die zelf transgender zijn. Hoe gaan zij om met hun gevoelens? Vertellen ze het aan hun omgeving? Worden ze gepest op school? En wat als ze verliefd worden?

Wil je ook een ervaringsverhaal insturen? Mail dan naar info@iedereenisanders.nl

Becky

Ik heb me altijd sociaal ongemakkelijk gevoel. En ik voelde me onbeholpen en onhandig met mijn geslachtsdeel”

Toen ik 9 jaar oud was, zag ik op TV een film die veel indruk op me maakte. Het was eigenlijk gewoon een slechte actiefilm, maar de hoofdpersonen waren een man en een vrouw die een speciale mentale band hadden waardoor de ziel van die vrouw zich naar het lichaam van die man toe kon verplaatsen. Dat maakte me ergens van bewust. Het zou nog een aantal jaren duren voordat ik dat gevoel van herkenning in verband bracht met transgender gevoelens.

In mijn jeugd heb ik me altijd sociaal ongemakkelijk gevoeld, en voelde ik me onbeholpen en onhandig met mijn geslachtsdeel. Ik had het gevoel dat ik niet mezelf kon zijn en daardoor was ik kwetsbaar. Ik werd ook veel gepest. Ik weet nog dat ik graag jurkjes droeg bij het verkleden. Maar of ik nou echt bewust een meisje wilde zijn, dat herinner ik me niet meer. Ik speelde zowel met autootjes als met Playmobil en zowel met He-man als met Barbie.
Vooral in mijn tienerjaren voelde ik me erg klem zitten. Ik verborg mijn gevoelens voor de mensen om me heen, want dat was veilig. Ik was vaak verdrietig en had soms het gevoel dat ik wel het raam uit zou willen springen. Niet dat ik dat echt wilde, maar het vloog me soms allemaal aan. Ik schoof het voor me uit om er iets mee te doen en dacht dat alles later goed zou komen. Wel ging ik op een gegeven moment stiekem vrouwenkleren dragen als ik alleen op mijn kamer was. Dat voelde fijn, maar het maakte me ook erg bang omdat ik betrapt kon worden. Uiteindelijk was het ook niet wat ik wilde. Ik wilde gewoon mezelf, en dus vrouw zijn, niet stiekem doen alsof.
Op school was ik een eenling. Door alternatieve kleren te dragen liet ik zien dat ik anders was. Buiten school had ik wel een hechte vriendengroep. Vanaf mijn 15e ging ik elke week met mijn vrienden naar een alternatieve kroeg, waar ik los ging op Korn, Deftones en Muse. Muziek was een uitlaatklep voor frustraties. Ik schreef voor mezelf ook songteksten waarin ik kon uiten hoe ik me voelde.

Voordat ik ervoor uitkwam heb ik wel zo’n vijf jaar erover nagedacht. Misschien was het beter geweest als ik de knoop eerder had doorgehakt. Maar het gaf me ook de ruimte om na te denken over wie ik eigenlijk was en hoe ik daar uiting aan wilde geven, of ik iets met mijn lijf wilde, en wat dan. Ik heb mezelf nooit echt geïdentificeerd met labels als transseksueel of genderdysfoor. Dat associeerde ik met 40-jarige transvrouwen met wie ik niet veel gemeen had. Wel wist ik dat ik die diagnose nodig zou hebben om te krijgen wat ik wilde.
De eerste keer bij de VU was ik erg gespannen. Later werd dat minder, en ik vond het fijn een plek te hebben waar ik over mijn gevoelens kon praten. Ik zag aanvankelijk op tegen de real-life-fase. Je moest dan zoveel aan de buitenkant doen dat het voor mijn gevoel nep was. Toen ik toch de stap zette en bijvoorbeeld “kipfiletjes” ging dragen in mijn beha en make-up om mijn “baardschaduw” (de stoppels) te verbergen, merkte ik dat dat onechte gevoel op een gegeven moment wel verdween en het meer vanzelfsprekend ging voelen. Wel was ik erg blij toen ik een jaar na het begin van de real life fase geen dikke laag make-up meer hoefde te dragen omdat de laserontharing toen genoeg was aangeslagen.

Ik was erg bang voor de reacties van anderen. Ik vond het zelf al zo raar, dus wat zouden anderen er wel niet van vinden? Toen ik er uiteindelijk voor uitkwam viel het mee. In mijn vriendengroep werd er goed mee omgegaan. Met één jongen heb ik het contact verloren, hij reageerde niet meer op mijn smsjes kort nadat ik het hem had verteld. Met anderen werd het contact juist sterker, een vriendin nam me bijvoorbeeld mee shoppen en met haar kon ik overal over praten. Nog steeds heb ik contact met die jeugdvrienden.

Ik kan nu al jarenlang mezelf zijn, en dat is fijn. Mijn spiegelbeeld ging steeds meer kloppen en mensen spraken me aan op een manier die bij me paste. Vooral na mijn geslachtsoperatie wist ik achteraf bijna niet meer hoe het vroeger had gevoeld, omdat ik me veel vanzelfsprekender goed voelde met mijn lijf dan ooit ervoor. Onzeker over mijn lichaam ben ik nog steeds wel eens, maar dat belemmert mij niet om een fijne relatie te hebben en een inspirerende baan.
Achteraf heb ik misschien té goed geleerd om mijn gevoelens voor mezelf te houden en ze niet met anderen te delen. Het kan goed voor je zijn, ook als je nog jong bent, om anderen te zoeken die jouw ervaring delen en erover te praten. Ook is het belangrijk te weten wat jouw gevoel precies is en hoe jij er uiting aan wil geven. Het kan lastig zijn om daarachter te komen, maar het is zeker de moeite waard.

Linda

Ik ben nu gelukkiger dan ooit”
Op mijn zevende levensjaar kwam ik er achter dat ik anders was dan de meeste jongens uit mijn omgeving. Wat ik toen nog niet wist en nu wel, was dat er voor mij een lange, moeilijke weg lag die mijn geduld, doorzettingsvermogen en moed tot haar limieten zou testen.

Ik ben een man naar vrouw transseksueel die op het moment van schrijven op de wachtlijst staat, dit gaat ongeveer een jaar duren.

"Een naam voor mijn gevoel"
Omstreeks mijn zestiende levensjaar kwam ik er achter dat het gevoel dat ik had, het gevoel dat mijn lichaam niet bij mij past, een naam heeft. Na enig zoeken op internet kom ik er achter dat het transseksualiteit heet en dat ik niet de enige op de wereld ben. Toch besluit ik er op dat moment nog niets mee te doen. Misschien omdat ik me schaam, want ook al heeft het een naam, dit betekent niet dat ik er blij mee ben. Wel lees ik de verhalen van lotgenoten op speciale fora over hormoonbehandelingen, borstimplantaten en SRS ( Seks Reassignment Surgery ). Ik wist nu dat het niet onmogelijk was om mijn lichaam te laten aanpassen, zodat het paste bij het gevoel dat ik had.

"Een naam kiezen"
Dit was ook het jaar dat ik met een naam voor mijn vrouwelijke kant kwam, Linda. Die naam komt niet uit de lucht vallen, Linda de Mol was een van mijn grote voorbeelden, knap, intelligent en talentvol en een van de medewerksters in een cafe in mijn woonplaats heette Linda. Ook een vrouw die ik graag zelf had willen zijn. Want dat waren ze, vrouwen die ik zelf wilde zijn. Ik keek ook heel anders naar vrouwen dan de meeste mannen doen. Ik zie ze niet als de schepsels waarmee ik naar bed wilde, ik zag ze als de blauwdrukken voor de vrouw die ik later wilde worden. Ik heb altijd een duidelijk beeld gehad over wat voor vrouw ik wilde zijn, leuk gekleed, intelligent en echt vrouwelijk en dus keek ik eigenlijk een beetje af.

Op mijn 25ste ging ik het huis uit. Niet omdat ik daar klaar voor was, maar omdat het van me werd verwacht. Gelukkig woonde ik niet ver van mijn ouders vandaan en kon ik nu eindelijk aan de vrouw in me werken. Online kocht ik kleren, een pruik en make-up en begon met oefenen. Nu mijn ouders niet meer over mijn schouders meekijken, floreert de vrouw in me.

"Naar de huisarts"
Het duurt echter tot 2003 voor ik daadwerkelijk het lef heb om naar de huisarts te stappen en mijn gevoel bespreekbaar te maken. De huisarts stuurt mij, met een verwijzing, door naar het VU in Amsterdam. Daar zit namelijk het Genderteam, een groep psychologen en artsen die gespecialiseerd zijn in geslachtidentiteitstoornissen. De wachttijd van een half jaar na het eerste gesprek is een van de indicatoren dat niet zo eng was als ik in het begin dacht. Ik ben niet alleen, er zijn veel meer mensen die met het zelfde gevoel rondlopen. Na bijna zes maanden komt dan de brief met de afspraak voor het eerste gesprek met de psychologe. Het hemd wordt van mijn lijf gevraagd. Ze willen echt alles van me weten. Ik probeer uit te leggen wat ik voel en waarom ik denk dat ik in het verkeerde lichaam geboren ben.

"Coming out"
Op dat moment heb ik ook mijn ‘coming out’. Hoewel mijn moeder al langer op de hoogte is van mijn wens om vrouw te worden, is de schok voor mijn vader groot. Als een geboren beroepsmilitair heeft hij het moeilijk met mijn keuze. In zijn wereld zijn mannen man en vrouwen vrouw, daar wordt niet aan gesleuteld. Maar als hij in 2003 vervroegd met pensioen mag, omdat mijn moeder terminaal ziek wordt, draait hij bij. En makkelijker werd het er voor hem niet op. Ook mijn broer (vier jaar jonger ) is ‘anders’, hij valt op jongens. Ik kan me niet voorstellen hoe moeilijk het voor mijn vader was, om toe te geven dat het niet zijn schuld was, of die van mijn moeder, dat mijn broer in ik geen doorsnee kinderen zijn. In 2004 overlijdt mijn moeder aan keelkanker en mijn wereld stort in...

"Ik voelde me eindelijk vrouw"
Na twee consulten, elk drie maanden na elkaar, wordt het dan tijd om de eerste keer als vrouw gekleed te gaan. Gekleed in een jurk die ik van mijn moeder had gekregen, volledig opgemaakt, iets waar ik beter in was dan mijn moeder en waar ik dus verder geen hulp bij nodig had, vertrok ik naar Amsterdam. Mijn hemel wat was ik nerveus, niet bang, nerveus. Ik wist best dat men mijn mannelijkheid aan mij kon zien, maar dat boeide me niet. Het ging er om wat ik voelde en ik voelde me eindelijk vrouw. Op het station ontvang ik diverse sms-jes van mijn vrienden en allen wensen me succes toe.

"Trots op de steun"
Tranen staan in mijn ogen, ik voel me trots en ontzettend sterk door hun steun. Zonder hen was dit niet mogelijk geweest. In Eindhoven moet ik overstappen en daar wordt mijn moed pas echt op de proef gesteld als een oudere dame me vraagt of ik weet op welk perron haar trein binnenkomt. Ik krijg het warm, want mijn stem is alles behalve vrouwelijk. Dit was mijn grootste angst, een gesprek aan te moeten gaan. Die mevrouw, hoewel onze paden zich maar kort kruisten, zette de toon voor de rest van mijn transitie, want hoewel mijn stem niet past bij de vrouw die voor haar staat, veroordeelt ze me niet.

Door omstandigheden ben ik in 2006 genoodzaakt de behandeling in Amsterdam te stoppen. Ruim zes jaar word ik weer gedwongen de gevoelens die ik heb te onderdrukken en stel ik het geluk van anderen voorop. Diep in me zit nog steeds die vrouw die eruit wil.

Nadat ik dan in  2012 eindelijk toch voor mezelf kies en mijn oude schepen verbrand en weer in Amsterdam bij het VU ben geweest, leef ik full-time als Linda tot ik mijn behandelingen in het VU mag starten. Ik ben nu gelukkiger dan ooit en laat me door niemand meer tegenhouden.

Sandra

“ Ik ben zoveel gelukkiger geworden”
Ik wil ook graag mijn ervaringsverhaal met mensen delen. Ik ben Sandra en ik ben net 50 geworden. Ik weet al vanaf mijn 25e dat ik mijzelf vrouw voel, maar een mannelijk lichaam heb. Indertijd, eind jaren 80, was er veel minder bekend over genderdysforie, transgenderisme en dergelijke. Er was niemand aan wie ik iets kon vragen, niemand met wie ik er over kon praten. Geen adres dat ik kon benaderen voor vragen. Kortom een heel eenzaam avontuur.

Gelukkig heb ik zelf nooit getwijfeld aan wat ik voel. En voelde. Maar hoe daar iets mee te doen ? En wat dan? Vragen, veel vragen. In de jaren 90 kwam internet op. En toen heb ik via allerlei obscure groepen op internet uitgezocht wat ik precies voelde, waar ik dan bijhoorde en hoe dat ongeveer zat. En ben ik er veel over gaan lezen. Ik snapte beter wat er met mij aan de hand is en was, maar het was nog steeds een heel eenzaam avontuur. Al die virtuele contacten zijn toch vooral heel virtueel, op den duur.

"Wanhopig en machteloos"
Mijn onvrede met mijn lijf, mijn mannelijke lijf, werd met de loop der jaren niet minder. Ook daar heb ik mij heel wanhopig, depressief en machteloos over gevoeld. In mijn wanhoop heb ik diverse keren ‘s nachts met een vleesmes bij het aanrecht gestaan, om mijzelf dan maar te 'helpen'. Alleen het besef dat ik daar ter plekke dood zou kunnen bloeden heeft mij van drastische stappen weerhouden. En natuurlijk in de samenleving steeds als man behandeld te worden en aangesproken te worden. Terwijl je dat zelf niet zo voelt en ook niet wilt. Tja...

"Uit de kast gekomen"
Vijf jaar gelden ben ik uit de kast gekomen. Ik heb aan mijn ouders en zus en aan mijn vrienden en vriendinnen een mail gestuurd, waarin ik heb uitgelegd hoe het met mij zit. Dat ik een mannelijk lijf heb, maar mezelf vrouw voel en ook sociaal en lichamelijk de vrouw wil worden die ik mij van binnen voel. Toen heb ik ook contact opgenomen met het Gendercentrum van de VU. Daar heb ik een serie gesprekken met een psychologe gehad. Het is nog niet tot hormonen en geslachtsoperaties gekomen, maar ik hoop van harte dat dat er nog ooit van komt.

"Alle herenkleding de deur uit"
Afgelopen zomer heb ik al mijn herenkleding de deur uit gedaan. Kleding die ik al jaren niet meer droeg. Sindsdien heb ik wat genderneutrale kleding voor gelegenheden waar dat vooralsnog handiger is en thuis en in mijn vrije tijd draag ik vrouwenkleding. En ik ben mezelf overal voor gaan stellen als Petra. Dat voelt ook heel goed. Als voorschotje op de veranderingen die nog komen gaan. Binnenkort komt er ook een pruik, met half lang donkerblond haar. Als verdere stap in de transitie.

"Zoveel gelukkiger"
Sinds ik afgelopen zomer definitief uit de kast gekomen ben, ben ik zoveel gelukkiger geworden. Zo heel veel vrijer... Vriendinnen zeggen ook dat ze dat aan mij kunnen zien, en dat ze dat ook kunnen voelen. Het is voor mij vooral een heel interessant ontdekkingsproces. Negatieve reacties heb ik niet of nauwelijks gehad, gelukkig. Al vanaf mijn 17e voelde ik dat ik sociaal, emotioneel en intuïtief liever in een wereld van vrouwen zat, dan dat ik met mannen omging. Dat klinkt wat bot, en zo bedoel ik het niet. Maar ik had en heb vaak het gevoel dat ik met mannen alleen het lichaam waarin ik ben geboren gemeenschappelijk heb. Verder weinig tot niets. En nu ik met de transitie bezig ben, voelt die vrouwenwereld gewoon heel goed.

Ik beschouw mezelf als lesbisch, en hoop ook nog wel een keer een leuke vriendin tegen te komen..:)

Vir

“Mijn geslacht en/of genderidentiteit is maar een klein deel van mijn identiteit en je hoeft jezelf niet ergens geforceerd in een hokje te proppen.”
Het woord vrouw vond ik nooit bij mijzelf passen, maar ik had niet echt nagedacht of er een alternatief was. Toen dat alternatief opeens wel in zicht kwam, was dat beangstigend omdat ik me realiseerde dat het niet normaal was om je zo te voelen. Bovendien kwam ik er in aanraking mee door mijn omgeving, waardoor ik niet zeker wist of mijn gevoelens oprecht waren of een soort verlengd inlevingsvermogen.

Het was een grote verwarring: ik voelde me geen vrouw, maar kon ik zeggen dat ik me een man voelde, dat ik zou denken als een man? Niemand kan toch een uitspraak doen over de wijze waarop 'een man' (ofwel 'een vrouw') denkt, en of dat is zoals hij/zij/zig denkt?

Op het moment dat ik werkelijk een binder ging dragen en een beetje over ging praten over deze verwarring waren de reacties van mijn kennissen gemengd. Veel zagen geen verschil met voorheen, al vonden sommigen het zonde van mijn mooie vrouwenlichaam. Mensen snapten het niet, al probeerden ze het wel. Het hielp ook niet dat ik het zelf nog niet helemaal snapte.

Wanneer ik mijn lichaam zo vervormde dat het er (in mijn ogen) goed uitzag, had ik veel meer zelfvertrouwen dus ging ik er mee door. Aan het begin liet ik me wel eens uit het veld slaan door mensen die mij met mevrouw aanspraken, of, samen met mijn vriendin 'dames'. Sommige dagen wilde ik heel graag overal met 'meneer' aangesproken worden, iets dat voor wonderlijke situaties en geforceerd gedrag van mijn kant zorgde.

Ik heb veel over mijn gevoelens gesproken met mijn vriendin, en met een paar goede vrienden die ik daar in vertrouwde. Ook ben ik veel gaan zoeken naar theorie, films, radio, blogs, fora, Youtube filmpjes, etcetera van mensen die zich niet conformeren aan de gendernormen. Feministen van Groenlinks, Transvisie, Queer feestjes, ik ben er geweest en ik heb een schifting gemaakt met wat wel en wat niet interessant is voor mij. Ik had sparringpartners nodig, hardopdenkers en gelijkgestemden om mijzelf te kunnen definiëren. Op Youtube had ik wat mensen gevonden, maar over internet is niet ideaal omdat het vaak eenrichtingsverkeer is. De mensen aan wie ik echt iets had ontmoette ik via fora en queer feestjes. Met hen spreken geeft mij hoop en de zekerheid dat ik me geen dingen inbeeld of me aanstel.

Een van hen vertelde mij dat ik de enige ben die uitspraak kan doen over hoe ik denk. Dat het niet zozeer gaat over dat ik aan andere mensen precies kan uitleggen wie ik ben, want wie ik ben weet ik al. Mijn geslacht en/of genderidentiteit is daar maar een klein deel van. Bovendien heeft geslacht/genderidentiteit een heel spectrum en slaat het nergens op om jezelf ergens geforceerd in een hokje te proppen. Dat zijn belangrijke dingen geweest om vast te stellen.

Ik heb nu mijn vrienden verteld dat ik graag met hij/hem aangesproken wil worden, omdat ik mij geen meisje voel en dat dus ook niet steeds bevestigd hoeft te worden omdat dat alleen maar voor verwarring zorgt. Bovendien helpt het mij in situaties met onbekenden ook om ongemerkt mijn gewenste positie op te zoeken. Toen ik mijn vrienden de eerstvolgende keer zag, hadden ze een drankspel opgezet, wie mijn naam, of de persoonlijk voornaamwoorden fout zei moest drinken. Op deze manier kan ik kijken wat er relevant is voor mij. Voor mijn eigen zelfvertrouwen, blijheid, queerheid, en of dit echt is wat ik wil.

De twijfel blijft wel, al gaat het met golven. Ik ben het gaan opschrijven, omdat ik dan de pijnpunten beter kan blootleggen. Het is als een dagboek, en er staan alle overpeinzingen in die ik op het moment van schrijven de moeite waard vond.

Op slechte dagen blijf ik liever niet transitie filmpjes van jonge mensen kijken, want je verdrinkt er in. Het is heel aanlokkelijk te zien hoe iemand (fysiek) steeds meer zichzelf wordt, maar het is gevaarlijk omdat je de tijd kan kneden. Met éen muisklik kan zien hoeveel iemand in 1 jaar veranderd is. Daar word ik heel ongelukkig van omdat ik weet dat het nog lang niet zo ver is. Wat mij helpt op die dagen is iets doen dat niks met mijn gender te maken heeft. Heel ver fietsen, verdwaald raken, muziek maken, heel hard werken, schilderen, vliegeren, iemand iets leren, met een vriend afspreken of een taart bakken. Zet jezelf ergens overheen en laat je niet afleiden door wat andere mensen zouden kunnen zeggen. Jij bent de enige met echt invloed op je eigen geluk, dus maak daar het leukste feestje van! Het kan een super leuk feestje zijn, dat beloof ik je.

Ria

“Ik heb mijzelf jarenlang grondig ontkend, zelfs verafschuwd”
Op mijn 35e was ik naast mijn werk als verpleegkundige begonnen met de opleiding autonome vormgeving  aan de kunstacademie. Daar werd van mij gevraagd om te laten zien wie ik werkelijk was, zonder maskers of opgelegde rollen. En het werd mij al snel duidelijk dat ik de rol van man door mijn omgeving opgelegd had gekregen. Ik had geprobeerd deze rol plichtsgetrouw te vervullen. Hierbij had ik mezelf grondig ontkend, zelfs verafschuwd.

In diezelfde tijd ontmoette ik M. een bijzondere vrouw waar ik lange gesprekken mee kon voeren en die me nooit veroordeelde als ik mijn gevoelens besprak. Het was doodeng maar langzaam durfde ik de muren om mij heen af te breken, gesteund door M. en aangemoedigd door de docenten van de kunstacademie. Tijdens de lessen op de kunstacademie voelde ik me dan ook steeds vrijer om me vrouwelijk te presenteren. Het voelde alsof ik eindelijk echt contact had met de wereld, niet met de maatschappij, daar voelde ik me steeds meer aan de rand staan, meer toeschouwer dan deelnemer.

Het was een moeilijke tijd, de pijn die eerst binnen in mij woedde was weg. Daarvoor in de plaats was er nu pijn aan de buitenkant, veroordeling door de mensen om mij heen, zelfs afwijzing en verstoting. En toch was er geen weg terug. Het was voor mij direct duidelijk dat volledige fysieke geslachtsaanpassing mijn doel was. In 1998 onderging ik de operatie. Eindelijk was ik voor de buitenwereld volledig vrouw.

Toch heb ik nog een aantal jaren daarna nodig gehad om mezelf volledig te accepteren, om alle vooroordelen uit mijn eigen hoofd te laten verdwijnen. Emotioneel was het een storm die ruim een jaar woedde. Vreugde en verdriet wisselden elkaar af in sneltreinvaart. Maar langzaam nam deze storm af en maakte het plaats voor een grote rust.

M.  bleef in mijn leven, we houden van elkaar. We zijn na mijn geslachtsverandering getrouwd en hebben enkele jaren later twee geweldige kinderen gekregen. Ik genoot met volle teugen van het moederschap toen de kinderen klein waren en geniet nog steeds nu ze tieners zijn.

De kunst is een belangrijke leidraad in mijn leven gebleven. Door mijn kunst kan ik me vrij aan de buitenwereld laten zien en daarbij schroom ik niet om mijn verleden te benoemen. Het is goed dat wij transgenders zichtbaar zijn voor de buitenwereld, we zijn gewone mensen die hebben moeten strijden om zichzelf te kunnen zijn en daar mogen we trots op zijn!

Hugo

“Mensen raak je kwijt en je leert nieuwe kennen. Maar je eigen lichaam hou je je leven lang”
Als kind speelde ik met het speelgoed van mijn grote broer,  Zijn auto’s, Lego, Knexx, en ridderkostuum waren mijn lievelingsdingen. Het speelgoed wat ik kreeg bestond uit knutselspullen en barbies. Dit kreeg ik iedere verjaardag weer, maar ik speelde er nooit mee. En na de zoveelste keer uit beleefdheid weer te moeten doen alsof ik het leuk vond en er blij mee was, kon ik er niet meer tegen en heb ik de hele nacht door gehuild.

Op school speelde ik voornamelijk met jongens. Voor hun was ik niet anders dan de andere jongentjes uit de klas en ik zag er gelukkig ook niet anders uit, Mijn kleding, kapsel en houding was helemaal als een jongen. De enige keren als ik een jurk aan moest voor een speciale gelegenheid, bleef ik in de zandbak spelen tot ik zo vies was, zodat ik uiteindelijk toch wel weer een broek aan mocht.

Na een paarjaar te hebben rond gewandeld op deze wereld kwam ik erachter dat er verschil zat in het geslacht. Daar schrok ik van. Ik vertelde mijn moeder dat ik een jongen was en geen meisje. Maar deze gevoelens werden een verboden onderwerp, hier mocht thuis nooit meer over gesproken worden.  Maar hoe hard ik het ook onderdrukte, dit gevoel bleef bestaan.

Ik wilde op geen enkele manier onderdoen aan mijn mannelijke medemens. Mij werd wijsgemaakt, dat als je maar genoeg sport, je uiteindelijk een breed geschouderd, goed gespierd persoon werd, zonder borsten. Dus het was niet raar dat ik zo vol voor mijn sport ging dat ik er af en toe ook school voor moest missen. Het was mijn ding. Mijn ding wat mij gelukkig maakte.

Bij het omkleden met gym stond ik dan ook als een trotse pauw in zijn eigen kippenhok te pronken dat ik nooit borsten zou krijgen en mooi gespierd zou blijven. Maar ondertussen zag ik de veranderingen bij mijn 1 jaar oudere klasgenoten. Huilend zat ik na school vaak thuis, uit angst voor wat er komen kon.

Op een dag keek ik tv en er was een programma op met een jongen die vertelde dat hij als een meisje was geboren. Heel aandachtig keek ik en besefte me natuurlijk meteen dat ik dit ook had.
Eindelijk een bevestiging dat mijn gevoel bestond. Dat ik bestond, en dat er iets tegen te doen was: hormoonremmers!
Het was op dat moment ook nog niet te laat, want het was nog voor mijn puberteit. Dolgelukkig rende ik naar mijn moeder om haar het goede nieuws te vertellen dat ik wel me zelf kon zijn, als ik maar die remmers zou krijgen en later hormonen. Nog steeds durf ik haar reactie niet te herinneren, hoe laaiend ze was dat ik er over begon.
Wat ik daaruit heb opgebouwd is vooral angst om me zelf te mogen zijn. En er volgde heel wat jaren van haat naar mij zelf. En verlangens naar de dood, omdat dat in mijn ogen de enige uitweg was om uit mijn lichaam te kunnen ontsnappen. Jarenlang heb ik een deel van mijn leven verpest.

Ik hield me altijd voor, als ik 18 ben, dan wordt ik een man. Dan zal mijn leven eindelijk verder gaan. Maar toen wist ik nog niet dat er mensen zijn op deze wereld die er zo’n groot probleem van maken. En toen ik eindelijk 18 werd kwam ik er achter dat het lang kon gaan duren. Inmiddels was ik namelijk volledig vrouw qua lichaam. Nu gebruik ik eindelijk hormonen, ik voel me steeds beter. Ik wacht iedere dag af naar mijn operatie, na deze operatie zal ik eindelijk rust hebben en eindelijk kunnen leven. Ik weet nu wat mijn situatie is en ik weet dat het er steeds beter op gaat worden. En ik moet leren leven met de restanten die ik nooit zal kunnen veranderen.

Achteraf, denk ik zo vaak ‘Had ik maar..’. Had ik maar gepraat, had ik het maar tegen een leraar gezegd of iemand anders van buitenaf. Had ik maar een vader gehad, misschien had hij zich zelf in mij herkend. Was ik maar zelf naar de huisarts gegaan om te zeggen dat ik een jongen moest worden. Dan zou ik nu geopereerd zijn. Dan zouden mensen waar ik nu mee omgaan me nooit anders hebben moeten kennen. Dan zou ik geen of weinig littekens hoeven te dragen. Dan zou ik geen brede heupen hebben gehad.

Dit verhaal schrijf ik omdat ik andere jonge mensen met genderdysforie niet de ellende mee wil laten maken waar ik in heb geleefd. En ik hoop dan ook, dat als mensen dit verhaal lezen en twijfelen, ze direct naar hun huisarts gaan voor een doorverwijzing naar het VU in Amsterdam! Ongeacht de leeftijd, of dat er niemand is die achter hun staat.  Want mensen raak je kwijt en je leert nieuwe kennen, maar je eigen lichaam hou je je leven lang!

Joery 

Joery is 16 en is geboren als meisje, maar voelt zich een jongen.

Véronique

Wie ben jij?
Op 17-jarige leeftijd veranderde ik van geslacht en hield dat tot enkele jaren geleden voor vrijwel iedereen geheim. Na een moeizame carriere als office manager binnen het bedrijfsleven, emigreerde ik in 2000 naar Azie waar ik o.a. bij de Dalai Lama in de Indiase Himalayas Boedhisme studeerde en verschillende boeken schreef in het Engels. In 2006 verhuisde ik naar Thailand waar ik de moed bijeen wist te rapen om uit de kast te komen naar de wereld middels de publicatie van mijn Engelstalige autobiografie Pholomolo - No Man No Woman, dat in de Verenigde Staten met veel succes werd uitgeven en geroemd als een van de beste transmemoirs.

Welk advies wil je geven aan lesbische, bi-, homo- en transgenderjongeren?
Mijn grootste problemen hadden vaak te maken met het geheimhouden van mijn transseksualiteit, vooral op het werk of binnen mijn sportvereniging. Sinds ik in 2006 in Bangkok uit de kast kwam, viel er een zware last van mijn schouders, maar het leverde ook veel hate-mail op van mensen die ik niet eens kende. In plaats van me angstig te schamen, omarm ik nu mijn transseksualiteit en probeer niet meer krampachtig de ‘perfecte vrouw’te zijn, maar vooral een gelukkig mens te worden. Het is beter om een gelukkige, vrolijke transseksueel te zijn dan een angstige, depressieve, eenzame transseksueel. Ik schep tegenwoordig genoegen in het feit dat ik zowel man als vrouw ben en ontwikkel kwaliteiten van beide seksen. Wat ik jongeren vooral wil meegeven is dat je soms drastische beslissingen moet nemen om een geschikte en veilige omgeving te vinden waarin je je kunt ontplooien en gelukkig kunt voelen. Laat je door niemand ooit slecht behandelen.

Petra

Petra van Dijk (51) is geboren als man en leeft nu bijna een jaar als vrouw. Ze heeft zich aangemeld om in transitie te gaan en krijgt binnenkort hormonen en vervolgens een geslachts-aanpassende operatie. Op 29 april 2013 was haar eerste dag dat ze door het leven ging als vrouw.
(...)

Leven als vrouw
"Toen ik zeker wist dat ik verder wilde leven als vrouw realiseerde ik me dat ik op mijn werk ook ‘om’ moest. Ik ben toen heel langzaam in kleine stapjes mijn uiterlijk gaan veranderen: oorbellen in, nagels langer laten groeien en een beetje nagellak. Elke drie weken deed ik er een klein stapje erbij. Toentertijd heb ik enkele collega's in vertrouwen genomen en uiteindelijk heb ik een e-mail geschreven en die naar meer dan 500 mensen verstuurd. Hierin stond mijn coming out verhaal, en de vraag of iedereen mij voortaan Petra in plaats van Peter wilde gaan noemen. Ik kreeg rond de 140 mailtjes terug met persoonlijke gelukswensen en felicitaties. Twee weken later had ik mijn eerste werkdag als vrouw. Ik kreeg een nieuw pasje voor mijn werk met een andere foto en een nieuwe naam: Petra. Ik had getrakteerd met beschuit met roze muisjes. Sommige vrouwen zeiden letterlijk ‘’Welkom bij de vrouwen. Het is leuk bij ons!’’ Daar werd ik heel blij van."

Zelfmoord
Het klinkt misschien alsof alles van een leien dakje ging, maar de eerste periode was emotioneel erg zwaar. ‘’Het was echt een hel. Er gaat van alles door je heen: verdriet, schuldgevoel en spijt. Je krijgt een hekel aan mensen omdat je denkt dat ze je niet accepteren. Maar ook een hekel aan jezelf: ik realiseerde dat mijn huwelijk voorbij was, dat ik misschien wel alles kwijt zou raken. Het waren hele emotionele tijden.’’ Petra wordt ook zichtbaar emotioneel wanneer ze eraan toevoegt ‘’Ik heb in die tijd ook even aan zelfmoord gedacht. Op een gegeven moment zit je zo diep in je verdriet, dan weet je niet meer wat je moet doen om eruit te komen. Zelfmoordgedachtes komen vaker voor bij transgenders.’’ Gelukkig heeft ze deze gedachte snel weer verworpen. ‘’Ik heb in die periode ook wel eens overwogen om me niet meer als vrouw te kleden, ik trek mijn stoere spijkerbroek aan en ik ben gewoon weer een man. Maar ik wilde dat helemaal niet. Ik wilde een vrouw zijn. Als ik zou stoppen was ik weer terug bij af, daarom zette ik door.’’
(...)

Iedereen mag er zijn!
Petra geeft voorlichting, presentaties, is voorzitter van de landelijke vereniging van transgenders en laat zichzelf zien in dit interview. Dit doet ze omdat ze een belangrijk doel heeft: emancipatie en bewustwording van transgenders in de maatschappij. ‘’Iedereen mag er zijn. Vrouw, man, christen, moslim, werkende, werkloos, dakloos, homo’s en dus ook transgenders. Natuurlijk mag je mensen vreemd vinden als je in aanraking komt met iemand die anders is dan je gewend bent. Maar probeer niet iemand op voorhand af te wijzen, te beoordelen of in een hokje te zetten. Het zijn allemaal mensen en ze hebben allemaal gevoel!’’ Ook over zichzelf zegt ze ‘’ Ik ben dan wel geen doorsnee mens, maar ik ben trots op wie ik ben. Ook ik mag er zijn!’

Lees het volledige interview, waarin Petra openhartig vertelt over hoe het is om een transgender te zijn.

Carolien

Sjaan 

Wie ben jij?
In 1975 ben ik onder het mes gegaan voor een geslachtsaanpassende operatie. Dat was voor mij de garantie op een kans om iets van mijn leven te maken. Niemand heeft beloofd dat het eenvoudig is, maar het is wel de moeite waard kan ik je verzekeren. Bij alles wat ik doe, is er altijd iets onverwachts waar ik mijn voordeel mee kan doen. Mij heeft het T-zijn een enorm doorzettingsvermogen gebracht. 'Kan niet' is een werkwoord, een beginpunt om wel een mogelijkheid te vinden om iets voor elkaar te krijgen. Dat heb ik er gratis bij gekregen en daar heb ik dagelijks plezier van.

Geld verdien ik als zelfstandig fotograaf en beeldbewerker. Dat past bij niet alleen bij mij, maar ik kom op de leukste plekken en ik ontmoet de aardigste mensen. Ik woon, samen met Judith, in een geliefde wijk in Utrecht. Freddie, een je-weet-je-wel kater, is een paar maanden geleden op bijna 18 jarige leeftijd overleden. We hebben een vogel- en vlindervriendelijke tuin, met een appelboom.Op mijn 54e ben ik begonnen met wedstrijdzwemmen. Tot mijn verbazing bleek -inmiddels ben ik gestopt met zwemmen- ik daar aardig goed in. Verbazing, omdat ik eigenlijk nooit erg goed was in sport. Dat heb ik alleen kunnen ontdekken door er aan te beginnen. Zo geef ik mijn leven vorm: beginnen en dan gebeurt er altijd wel iets en vaak iets onverwachts en aangenaams.

Welk advies wil je geven lesbische, bi, homo en transgender jongeren?
Het mooiste wat je kunt worden is jezelf'; mensen vinden jou aardig omdat je vele aardige eigenschappen hebt. Hoe meer je je zelf bent, hoe meer je mensen de gelegenheid geeft om van je te houden.