Mijn kind worstelt met vragen over homo, hetero, lesbisch of bi

Hoe weet ik of mijn kind homo, lesbisch of bi is?

De beste manier is: praat erover met uw kind. Zo kunt u te weten komen of uw kind misschien homo, lesbisch of bi is. Het kan heel goed zijn dat uw kind het zelf ook nog niet precies weet. Geef uw kind de ruimte om te twijfelen. Houd er ook rekening mee dat de eerste reactie van uw kind ontwijkend kan zijn, omdat uw kind deze gevoelens liever ontkent.

Kan ik aan mijn kind merken of hij/zij homo, lesbisch of bi is?

Veel ouders verwachten dat ze het vanzelf merken als hun kind homo, lesbisch of bi is. Ze denken bijvoorbeeld dat een homojongen met poppen speelt en een lesbisch meisje in bomen klimt. Het kan inderdaad zijn dat uw kind van kleins af aan niet-typisch jongensgedrag of meisjesgedrag vertoont. Maar in veel gevallen is dat niet zo. Ook een zoon die voetbalt, kan op jongens vallen. Ook een meisje dat aan ballet doet, kan op meisjes vallen.

Hoe praat ik met mijn kind over zijn of haar seksuele voorkeur?

  • Prijs uw kind dat het met u over de eigen gevoelens durft te praten. Praten over gevoelens lucht enorm op.
  • Geef uw kind alle ruimte om over onzekerheden en eigen gevoelens te vertellen.
  • Geef niet direct uw eigen visie, maar geef uw kind de ruimte om de eigen beleving te vertellen.
  • Maak geen probleem van homoseksualiteit en biseksualiteit. Geef aan dat dit net zo normaal is als heteroseksualiteit, het komt alleen minder vaak voor.
  • Begin niet meteen over de problemen waar uw kind mee te maken kan krijgen, zoals pesten of in elkaar geslagen worden op straat. Het wordt dan meteen een zwaar thema, terwijl het eigenlijk gaat over leuke zaken zoals verliefd worden.
  • Plak geen labels (‘hetero’, ‘homo’ et cetera) op uw kind als uw kind dit zelf niet doet. Noem het zoals uw kind het noemt. Veel jongeren zeggen bijvoorbeeld liever ‘Ik val op jongens’ in plaats van ‘Ik ben homo’.
  • Bied uw kind de ruimte om te twijfelen en na te denken over de eigen seksuele voorkeur. Geef aan dat veel jongeren dit hebben en dat dit heel normaal is.
  • Laat het aan uw kind zelf over wie hij of zij op de hoogte stelt van de seksuele voorkeur. U kunt hier natuurlijk wel advies over geven.

Hoeveel kinderen zijn er homo, lesbisch of bi?

Gemiddeld zijn er in een klas van 30 leerlingen:

  • 5 à 6 meisjes die (ook) vallen op meisjes en 4 jongens die (ook) vallen op jongens.
  • 3 à 4 meisjes en 3 à 4 jongens die een keer in hun leven homoseks of lesbische seks hebben.
  • 2 jongens die zich (later) homo of bi noemen en 1 à 2 meisjes die zich (later) lesbisch of bi noemen.

Dit blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau in 2012.

Nog een paar cijfers:

  • Zo’n 18 procent van de vrouwen zegt zich (ook) seksueel aangetrokken te voelen tot vrouwen. Van de mannen zegt 13 procent zich (ook) seksueel aangetrokken te voelen tot mannen.
  • Zo’n 13 procent van de volwassenen heeft wel eens seks met iemand van dezelfde sekse gehad.
  • Zo’n 4 procent van de mannen noemt zich homo en 3 procent van de mannen noemt zich bi. Zo’n 3 procent van de vrouwen noemt zich lesbisch en 3 procent noemt zich bi.

Hoe komt het dat mijn kind homo, lesbisch of bi is?

Er zijn verschillende verklaringen.
Wetenschapper Dick Swaab gaat ervan uit dat de hoeveelheid testosteron (een hormoon waaraan een ongeboren baby blootstaat) mede bepaalt of die baby later homo, lesbisch of hetero wordt. Dit testosteron heeft invloed op onze hersenen: er ontstaan verschillen in de hersenen, die mede onze seksuele voorkeur bepalen. U kunt hierover meer lezen in het boek  ‘Wij zijn ons brein’ van Dick Swaab, hoofdstuk IV.

  • Het is waarschijnlijk deels erfelijk. Dat betekent zeker niet dat u als ouder homo, lesbisch of bi bent als uw kind dat is. Slechts enkele eigenschappen zijn direct erfelijk, zoals bijvoorbeeld blauwe ogen. Het is meer dat het ‘in de familie zit’, net zoals met linkshandigheid of muzikaliteit. Een jongere die homo, lesbisch of bi is, heeft misschien wel een (achter)neefje, (achter)nichtje, (achter)oom, (achter)tante of soms broer of zus die ook homo, lesbo of bi is. Overigens weet u dat niet altijd: veel homo’s, bi’s en lesbo’s komen er niet voor uit.
  • Mensen met homo-, lesbische en bi-gevoelens hebben altijd bestaan. Het is van iedere tijd en van iedere cultuur. Maar om jezelf te benoemen als ‘hetero’, ‘homo’, ‘lesbisch’ of ‘bi’ is nog niet zo oud. In de negentiende eeuw begonnen artsen in West-Europa met het beschrijven van ‘homoseksuelen’ in hun medische boeken. Sinds de tweede helft van de twintigste eeuw gaan mensen zichzelf met trots ‘gay’, ‘homo’, ‘lesbisch’ of ‘bi’ noemen. Zij strijden voor gelijke rechten. Dit wordt ook wel de homobeweging genoemd. Door deze beweging is het label ‘homo’, ‘lesbisch’ en ‘bi’ redelijk geaccepteerd.

Meer weten? Check hier de facts op de website voor jongeren.

Kan ik nog wel kleinkinderen krijgen als mijn kind homo, lesbisch of bi is?

Ja dat kan zeker. Een groot deel van de homo’s, bi’s en lesbo’s heeft kinderen: er zijn in Nederland minstens 25.000 gezinnen met twee mama’s en twee papa’s en dit aantal groeit snel. Het ouderschap kan in homo- of lesbische relaties op verschillende manieren ontstaan. Bijvoorbeeld:

  • Twee vrouwen kunnen een kind krijgen door kunstmatige inseminatie: een vrouw heeft dan geen seks met een man maar er worden in het ziekenhuis spermacellen in haar baarmoeder gebracht waardoor ze zwanger kan worden. De spermacellen zijn afkomstig van een man die het stel kent uit de omgeving (bijvoorbeeld een goede vriend) of van een anonieme donor van de spermabank. De vrouw kan de spermacellen ook zelf inbrengen via een plastic spuitje (zonder naald ).
  • Een koppel kan een kind adopteren: bijvoorbeeld een kind uit de Verenigde Staten of een kind uit Nederland.
  • Twee mannen kunnen een kind krijgen met een draagmoeder. Een draagmoeder draagt meestal een kind dat niet biologisch van haar is: de eicel komt dan van een andere vrouw en de spermacellen van een van de vaders van het kind. Dit wordt kunstmatig in het ziekenhuis ingebracht.
  • Twee mannen en twee vrouwen voeden samen een kind op: zij zijn samen de ouders van het kind. Een van de vrouwen baart het kind en een van de mannen is de biologische vader. De zwangerschap ontstaat door kunstmatige inseminatie: de spermacellen van een van de mannen worden ingebracht bij een van de vrouwen. Dit kan in het ziekenhuis maar de aanstaande ouders kunnen het ook zelf doen via een plastic spuitje.

Hoe vaak komt het voor dat jongeren met homo-, lesbische of bi-gevoelens het leven niet meer zien zitten?

Ongeveer de helft van de  homo-, lesbische en bi-jongeren heeft wel eens suïcidale gedachten, zo blijkt uit onderzoek. Dit is veel vaker dan bij heteroseksuele jongeren: bij hen ligt het percentage waarschijnlijk tussen de 11 en 30 procent. Ook weten we dat 9 procent van de homo- of biseksuele jongens en 16 procent van de lesbische of biseksuele meisjes wel eens een zelfmoordpoging heeft gedaan. In het algemeen ligt dit lager, waarschijnlijk tussen de 3  en 9 procent.

Hoe komt het dat deze jongeren het leven vaker niet meer zien zitten? Er zijn verschillende verklaringen. Jongeren die vaker te maken hebben met negatieve opmerkingen, pesten en geweld  doen vaker een poging tot zelfdoding. Dit geldt ook voor holebi-jongeren die religieus zijn opgevoed. Ook jongeren met een laag zelfbeeld (weinig eigenwaarde, weinig zelfvertrouwen) lopen meer risico. Waarschijnlijk maakt ook de houding van ouders het verschil: volwassen homo’s, lesbiennes en bi’s die ouders hebben die hun seksuele voorkeur accepteren, doen veel minder vaak een zelfmoordpoging dan homo’s, lesbiennes en bi’s van wie de ouders de seksuele voorkeur niet accepteren.

Hoe voorkom ik dat mijn kind het leven niet meer ziet zitten?

  • Praat met uw kind over zijn/haar gevoel
    Jongeren met homo-, lesbische of bi-gevoelens lopen vaak lang alleen rond met hun gevoelens, gedachten en twijfels. Hierdoor kunnen ze zich erg alleen voelen. Jongeren denken vaak dat, als ze er met hun ouders over praten, ze al zeker moeten weten of ze homo, lesbisch of bi zijn. Laat merken aan uw kind dat hij of zij ook kan praten over de dingen die hij of zij nog niet zeker weet.
  • Geef steun
    Laat merken dat u uw kind accepteert zoals hij of zij is. Kinderen met ouders die hun lesbische, homo- of bi-voorkeur accepteren,  zijn minder suïcidaal dan kinderen met ouders die de seksuele voorkeur niet accepteren.
  • Praat over pesten
    Pesten komt bij kinderen hard aan, zeker als dit gebeurt vanwege de seksuele voorkeur. Praat met de school over wat u en de school hiertegen kunnen doen. Lees meer tips op pestweb.
  • Stimuleer uw kind om contacten te leggen met andere homo-, lesbische en bi-jongeren
    Uit alle onderzoeken blijkt dat contacten met andere homo-, lesbische of bi-jongeren, jongeren helpen om om te gaan met homo-, lesbische of bi-gevoelens. Er zijn diverse manieren waarop jongeren met homo-, lesbische of bi-gevoelens elkaar kunnen ontmoeten. Een van de manieren is via de Jong & Out-groepen: dit zijn besloten bijeenkomsten voor jongeren met homo-, lesbische, bi of transgendergevoelens onder de 18 jaar. Als ouder kunt u meegaan naar deze bijeenkomsten en andere ouders ontmoeten. Zie: www.jongenout.nl Ook zijn er bijeenkomsten van diverse homojongerengroepen en Pann-feesten. Lees hier meer over op de site voor jongeren.

Wat kan ik doen als mijn religie homorelaties en lesbische relaties niet goedkeurt?

Het is begrijpelijk dat u niet wilt dat uw kind iets doet dat vanuit uw religie niet goedgekeurd wordt. Maar u wilt waarschijnlijk ook niet dat uw kind ongelukkig is. Het is daarom belangrijk dat u goed nadenkt over de positie die u als ouder inneemt en de gevolgen die dit heeft voor uw kind. Blijf te allen tijde met uw kind praten en contact houden, welke keuze hij of zij ook maakt.

Goed om te weten:

  • Er is niet één visie vanuit het christendom of vanuit de islam over homoseksualiteit. Er zijn stromingen die een homorelatie of lesbische relatie afkeuren en er zijn stromingen die dat niet doen.
  • Bent u christen?
    • Uit alle onderzoeken blijkt dat contacten met andere homo-, lesbische of bi-jongeren helpen om om te gaan met homo-, lesbische of bi-gevoelens. Er is een aantal jongerenorganisaties voor christelijke jongeren die homo-, lesbisch of bi-gevoelens hebben. Lees hier meer over.
    • Meer weten over hoe christelijke jongeren homo-, lesbische of bi-gevoelens ervaren? Een aanrader is het boek ‘Adam en Evert‘ of lees deze ervaringsverhalen.
  • Uit onderzoek weten we dat religieuze jongeren met homo-, lesbische en bi-gevoelens vaker niet meer willen leven en vaker een suïcidepoging doen dan de jongeren die niet religieus zijn. De verklaring zou kunnen zijn dat het voor deze jongeren ontzettend moeilijk is om om te gaan met een verbod op een liefdesrelatie vanuit religie.
  • Uit onderzoeken weten we dat mensen met homo-, lesbische of bi-gevoelens die een homorelatie of lesbisch relatie hebben, psychisch gezonder zijn dan de mensen met homo-, lesbische of bi-gevoelens die alleen zijn of een heterorelatie hebben. Een homorelatie of lesbische relatie beschermt als het ware tegen de negatieve reacties waar je als homo, lesbische vrouw of bi mee te maken krijgt.
    • Contrario heeft een praatgroep opgericht voor ouders met een homoseksueel kind die worstelen met de combinatie homoseksualiteit en geloof/kerk. Hier kunt u van gedachten wisselen, ervaringen delen en informatie opdoen over homoseksualiteit en de manier waarop u kunt omgaan met uw kind.