Praten over wat ik voel: hoe pak ik dat aan?

Je bent geboren in een jongenslichaam maar daar voel je je niet altijd happy mee: je voelt je misschien (ook) een meisje. Of je bent geboren in een meisjeslichaam maar voelt je daar niet happy mee: je voelt je misschien (ook) meer jongen. Of je voelt je zowel jongen als meisje. Of je weet niet wat je voelt, maar je weet dat de jongens/meisjes-indeling niet goed bij je past.

Daar kun je in verwarring over zijn. Misschien wil je eerst meer uitzoeken wat dat is: een man of een vrouw zijn, een jongen of een meisje zijn.

Het kan enorm opluchten om over deze gevoelens te praten. Maar hoe pak je dat aan?

Stap 1: Bedenk bij jezelf dat praten over je gevoelens heel normaal en goed is

  • Praten over je gevoelens lucht enorm op!
  • Alleen blijven rondlopen met je gevoelens is vaak niet zo fijn: je kunt je hierdoor steeds meer alleen gaan voelen.
  • Als je niet praat over je gevoelens, blijven gedachten soms malen in je hoofd. Praten helpt om je gedachten te ordenen.
  • Soms heb je het gevoel dat er niemand is in jouw omgeving die jou begrijpt. Het is moeilijk voor te stellen maar toch zijn er ook in jouw omgeving waarschijnlijk wel mensen die jou gaan begrijpen als je over je gevoelens praat.
  • Als je dingen hardop zegt of opschrijft, klinken ze soms minder eng dan dat deze gedachten steeds door je hoofd gaan.
  • Als je twijfelt: met iemand praten over je mogelijke transgendergevoelens betekent niet dat jij meteen het stempel ‘transgender’ krijgt. Je kunt gewoon praten over je twijfels en je gedachten.  
  • Je hoeft niet meteen alles te weten, Je mag de ander ook vragen om gewoon te luisteren naar wat er in jou omgaat.
  • Als je niet durft te praten met iemand die je kent, kan je praten met een onbekende. Soms is dat gewoon fijner. Niet omdat de mensen in jouw omgeving niet oké zijn, maar omdat iemand van buitenaf er heel open in staat. Lees hier de mogelijkheden.
  • Je kunt ook praten met iemand zonder dat die persoon weet wie jij bent. Dit kan via verschillende internetsites. Lees hier de mogelijkheden.

Waar je niet over praat,
blijft schreeuwen in je hoofd

Stap 2: Bedenk met wie je zou willen praten

Kies iemand uit die te vertrouwen is. Iemand is te vertrouwen als deze persoon:

  • niet zomaar jouw geheimen door vertelt
  • nooit een roddel over jou heeft verspreid
  • het voor jou opneemt als iemand anders iets vervelend over jou zegt
  • goed naar jou luistert
  • geen onaardige dingen over jou aan anderen vertelt
  • jou het gevoel geeft dat jij oké bent zoals jij bent
  • positief staat ten opzichte van mensen met transgendergevoelens

Het gaat om iemand waarvan jij denkt dat deze het volgende zal doen:

  • jou de ruimte geven om te praten over jouw transgendergevoelens 
  • jou niet vertellen dat jij geen transgendergevoelens kunt of mag hebben

Waar kun je zo iemand vinden?

  • Familie: soms zijn er een of meerdere familieleden die jij echt kan vertrouwen en bij wie jij terecht kan. Denk hierbij naast je gezin ook aan (achter)neven, (achter)nichten, ooms, tantes, enzovoorts. Zij kennen je familie en kunnen samen met je inschatten hoe zij erover zullen denken.
  • Vriend(in)kring: misschien is er een vriendin of vriend die je kan vertrouwen?
    • Schrijf de namen van al je vrienden op. Ook de minder goede vrienden. Ga bij ieder na of hij/ zij te vertrouwen is en met wie je je gevoelens en gedachten zou kunnen delen.
  • Klas- of schoolgenoten.
    • Wie ken je allemaal op school? Schrijf alle namen op. Ook van degene die je minder goed kent.
    • Wie van deze mensen is denk jij te vertrouwen en wil jou misschien wel helpen?
  • Huisarts: hier kun je altijd terecht. Lees hier meer over.
  • Op school: docent, mentor, schoolmaatschappelijk werker, leerlingenbegeleider, vertrouwenspersoon op school  (lees hier meer over hulp op school)
    • Schrijf de namen op van alle docenten op school die jij kent, ook de docenten waar je geen les van hebt. Ga na bij iedere docent of hij/zij iemand is met wie je over je gedachten zou kunnen praten. 
  • Hulpverleningsinstelling. Vooral bij Transvisie weten ze veel van dit thema.
  • Hulp via internet. Bezoek de verschillende sites en kijk wat je aanspreekt.

Belangrijk: Bedenk dat een hulpverlener geheimhoudingsplicht heeft.

Stap 3: Zoek het juiste moment om je verhaal te vertellen 

Als je met iemand uit jouw omgeving wilt praten, zoek dan een moment waarop:

  • je rustig met zijn tweeën kan praten
  • je niet door anderen wordt gestoord
  • je even de tijd hebt
  • jij je op je gemak voelt

Soms kun je blijven zoeken naar het juiste moment en blijf je het steeds uitstellen. Misschien vind je het nog te eng om met iemand te praten uit je omgeving. Je kunt dan het volgende doen:

  • Praten met een hulpverlener via internet (lees hier meer daar over)
  • Eerst je verhaal op papier zetten voor jezelf
  • Wat je wilt vertellen uitschrijven in een brief. Je kunt er zelf bij blijven zitten wanneer de ander deze brief leest, zodat je er meteen over kunt praten
  • Ervaringen van anderen lezen

Stap 4: Vertel je verhaal

Je gaat het vertellen:

  1. Zeg die ander dat wat je gaat vertellen geheim is
  2. Vraag aan die ander of die het geheim kan bewaren
  3. Zegt hij of zij ja? Dan vertel je jouw verhaal

Misschien vind je het een beetje eng. Een paar tips om je zenuwen onder controle te krijgen:

  • Als je blijft staan: ga dan stevig staan. Niet op één been leunend, maar met twee benen op de grond . Zo sta je stevig.
  • Adem rustig in en uit. Leg eventueel je hand op je buik en luister naar je ademhaling om rustig te worden. Lees hier meer over in de minicursus voor meer zelfvertrouwen.
  • Vertel dat je het een beetje eng vindt. Veel mensen vinden praten over hun gevoelens een beetje eng dus dat is niet raar!

Stap 5: Bedenk wat je verder wilt 

Na dat je jouw verhaal hebt verteld, zijn er verschillende mogelijkheden:

  • Het heeft opgelucht; dit was goed en nu kun jij weer verder
  • Je hebt een fijn gesprek gehad en je wilt er nog een keer op een later moment over praten met diezelfde persoon
  • Je wilt nu ook graag nog een keer met iemand anders praten; je gaat bedenken met wie
  • Je hebt tips gekregen waar je weer verder mee kan
  • Je was toch niet helemaal blij met het gesprek: misschien was dit toch niet de beste persoon om het aan te vertellen. Benadruk deze persoon dat jij er op vertrouwt dat hij of zij jouw geheim niet verder vertelt. Bedenk opnieuw bij wie jij het kwijt zou kunnen. Neem eventueel contact op met Transvisie Zorg: hier weet je zeker dat je verhaal begrepen wordt

Niet vergeten:

  • Praten lucht op!
  • Denk goed na over met wie je gaat praten. Doe het niet in een opwelling.
  • Bedenk dat je altijd terecht kan bij Transvisie.