Clarence

“Het feit dat ik geleerd heb om mijzelf te accepteren en om van mijzelf te houden om wie ik ben, zorgt ervoor dat ik sterker in het l​even sta als ooit tevoren!”

Als kind ben ik vrij vaak verhuisd. Eén van de gevolgen hiervan was dat ik nooit echt met een vaste groep mensen ben opgegroeid. Toen ik voor de derde keer van basisschool wisselde, begon ik ineens uitgemaakt te worden voor homo. Dit was begin groep 6 en het laatste waar ik mijzelf op dat moment mee bezig hield was seks. Ik was eerlijk gezegd nog veel te druk bezig om met mijn Power Rangers te spelen. Ik wist dus ook helemaal niet wat het homo zijn inhield, net als dat ik niet wist wat het hetero zijn inhield. Dit waren simpelweg woorden die ik niet kende.

Ik kan mezelf nog goed herinneren dat ik een keer de vraag kreeg: “Ben je hé of ben je ho?”. Ik zei dat ik geen van beide was. Het scheelde dat ik ook niet hoefde te kiezen, want de keuze was eigenlijk al voor mij gemaakt. Tot en met de 5e van de middelbare school werd ik uitgemaakt voor homo. Ik begon mezelf uiteraard wel meer bewust te worden van wat homo’s waren. Maar door hier jarenlang op een negatieve manier voor uitgemaakt te worden, was het voor mij heel simpel: homo zijn is slecht.

Toen ik ook begon met experimenteren, was het heel simpel. Het moment was leuk, maar het gevoel van schaamte dat ik daarna had was minder. Dit gevoel werd gevoed door een aantal negatieve ervaringen die ik met mannen/jongens heb gehad die ik vertrouwde. Ik merkte aan mezelf dat ik bepaalde aandacht van mannen fijn vond. Niet vanwege het feit dat ze me aantrekkelijk vonden, dat kwam nog niet eens in me op. Simpelweg omdat deze personen mij het gevoel gaven dat ik er mocht zijn als persoon. Ze vonden me aardig en lieten dat blijken.

Helaas was dit voor hen een vrijwaring dat zij meer met mij konden doen. Hierdoor begon ik mij heftiger te verzetten tegen iedereen die mij voor homo uitmaakte. Ik ging het steeds harder ontkennen en hierdoor werd ik steeds meer gepest. Ik kwam in een vicieuze cirkel terecht. Ik werd uitgescholden voor homo, ik ging mijzelf verzetten. Ik werd nog meer uitgemaakt voor homo en ik ging mijzelf hysterischer verzetten.

In de 6e was ik het helemaal zat. Ik werd constant gepest en durfde op den duur zelfs niet meer alleen in de pauzes door de school te lopen. Laten we het er maar op houden dat ik veel pauzes alleen op een wc heb doorgebracht; omdat ik dan zeker wist dat ik niet gepest zou worden. Gelukkig zat ik toen ook in een toneelgroep. Hier kon ik lekker m’n ei kwijt. Ik kon mezelf inleven in totaal iemand anders. Het was heerlijk om tijdens een voorstelling in het middelpunt van de belangstelling te staan, zonder voor van alles en nog wat uitgemaakt te worden. Ik wilde door middel van toneel een statement maken naar de school. “Jullie willen een nicht, dan kunnen jullie er één krijgen!”. Zo gezegd, zo gedaan. Ik kreeg een rol die ik helemaal zelf mocht invullen qua extremiteiten, waarvan ik het zo extreem mogelijk wilde maken. 

Na veel repeteren was het zo ver: ònze première in de Stadsschouwburg. Ik kwam al blèrend op met ‘Let me entertain you’ van Robbie Williams. Met mijn Elvispak en mijn roze boa wilde ik aan de hele school laten zien, dat hun mening mij niet meer boeide. Het werkte. Aan het eind van onze voorstelling kregen we een daverend applaus. Ik ging in de pauze naar wat familieleden toe en totaal vreemden spraken me aan op m’n optreden. Ze vonden het geweldig! Dit zorgde er ook voor dat het laatste jaar van m’n middelbare school een stuk dragelijker werd. Ik werd niet meer gepest, het was even klaar. Want hoe kan een pestkop iemand belachelijk maken die voor een publiek van een paar honderd man een karikatuur van zichzelf neerzet?

Uiteindelijk kwam ik er voor mezelf achter dat het experimenteren dat ik deed, meer dan experimenteren was. Ik wist het zeker. Ik was in ieder geval bi. Dit durfde ik aan een aantal mensen in mijn omgeving te vertellen, maar ze moesten zweren dit geheim te houden. Dit hebben ze gedaan en hierdoor zat ik een aantal jaar heel fijn en veilig in de kast. Daar heb ik gezeten tot vier jaar geleden.

Toen fietste ik vanuit mijn werk naar huis, de route die ik al jaren fietste en kon dromen. Ineens werd ik afgesneden door twee personen. De details doen er verder niet toe, maar deze twee personen hebben mij overvallen. Eén van hen was gewapend en hierdoor ben ik in een diep emotioneel dal terecht gekomen. Ik kon niet meer werken, ik durfde de straat niet meer op, zelfs alleen thuis zijn was mij al teveel. Uiteindelijk ben ik hier overheen gekomen door middel van therapie, goede vrienden, vriendinnen en een aantal familieleden.

Als de avond van de overval iets anders was gelopen, dan had ik misschien niet meer geleefd. Dat wist ik en dat heb ik een plekje kunnen geven. Maar opeens ben ik mijzelf ook iets heel anders gaan realiseren. Als die avond anders was gelopen en ik was er niet meer geweest, dan had mijn eigen moeder nooit geweten hoe haar zoon werkelijk in elkaar zou hebben gezeten. Ze zou dan hebben gedacht dat ze me kende, maar dat deed ze eigenlijk helemaal niet. Ik heb toen besloten om uit de kast te komen bij m’n moeder en de rest van mijn omgeving. Dit was zwaar, maar op de één of andere manier was ik het emotionele wrak en was zij heel nuchter.

Ik kwam er op den duur achter dat mijn moeder misschien net even iets te nuchter had gereageerd. Ze zei dat ze mijn geaardheid helemaal prima vond, maar ik voelde dat er iets niet klopte. Uiteindelijk bleek dat zij zich voor mijn geaardheid schaamde. Ze weigerde het bijvoorbeeld aan mijn stiefvader te vertellen. Ik ben toen heel simpel geweest en heb het contact met mijn moeder verbroken, totdat ze zichzelf over haar kleingeestige gedrag heen kon zetten. Na een paar weken kreeg ik een telefoontje dat ze het had verteld. Nu zijn we vier jaar verder. Ik merk dat sommige mensen uit mijn familie nog steeds moeite hebben met mijn geaardheid, waaronder m’n moeder. Maar ze doet haar best; ze begint zelfs te zeuren dat het tijd wordt voor mij om een vriend te krijgen!

Wat nog fijner is, is dat het mij steeds minder begint te interesseren wat anderen over mij denken. Of het nu over mijn geaardheid gaat of wat anders. Ik weet dat m’n familie en vrienden mij accepteren en daar ben ik hen dankbaar voor. Maar het feit dat ik geleerd heb om mijzelf te accepteren en om van mijzelf te houden om wie ik ben, zorgt ervoor dat ik sterker in het leven sta dan ooit tevoren!