Steven

“Misschien moet je jezelf eerst tegenkomen, voordat je het kunt zijn”

“A pessimist sees the difficulty in every opportunity.
An optimist sees the opportunity in every difficulty”  - 
Winston Churchill

22 jaar geleden werd ik geboren in een klein dorp, waarin ik opgroeide als een onzekere jongen. Ik was veel alleen en vond mezelf in die tijd helemaal niet leuk. Ik twijfelde of ik wel homo was en mocht zijn, zeker omdat ik op voetbal zat. Daar voelde ik me totaal niet thuis en werden vaak dingen als “watje, het is geen ballet!” naar me geroepen. Toen ik een keer in elkaar geslagen werd door een teamgenootje had ik genoeg motivatie gevonden om aan mijn moeder vertellen dat ik op jongens viel, want dan mocht ik hopelijk van voetbal af. Ze wist het al en haar antwoord was: “Ik kan me er niets bij voorstellen, maar als jij gelukkig wordt ben ik ook gelukkig”. Het enige wat bleef hangen was het eerste deel van haar zin, dat in mijn hoofd een heel eigen leven ging leiden als ‘mijn moeder begrijpt me niet!’. Maar achteraf gezien mag ik blij zijn met de reactie die ik heb gehad. Toch zette ik me enorm af tegen mijn ouders door verkeerde dingen te zeggen of te doen. En als ik nu terugkijk denk ik dat het voornamelijk mijn eigen boosheid, onduidelijkheid en frustraties waren die ik op anderen afreageerde.

Mijn ouders waren erg streng en konden door hun eigen problemen niet goed omgaan met een puberale zoon als ik. Daarom zijn we uiteindelijk bij Jeugdzorg Nederland terecht gekomen en werd ik doorverwezen naar een therapeut. Ik had totaal geen klik met deze vrouw, maar gelukkig kon ik dat gewoon aangeven en mocht ik meteen naar een andere therapeut. Hij vroeg in de intake heel open op welk geslacht ik viel. Maar omdat ik op zijn website had gelezen dat hij ook theoloog was, was ik bang voor zijn reactie. Hij merkte dat er iets met me gebeurde bij die vraag en zei dat we daar altijd later nog op terug konden komen. Het voelde fijn, ik was hier niets verplicht. Dankzij zijn hulp heb ik heel veel geleerd en kreeg ik veel meer zelfvertrouwen. Hij gaf me het gevoel dat altijd centraal stond wat het beste voor mij was. Zo heb ik in overleg met hem er zelf voor gekozen uit huis geplaatst te worden, omdat de ruzies tussen mij en mijn ouders steeds ergere vormen aannamen en de situatie niet meer houdbaar was. Ik kwam ik in een leefgroep in Dordrecht terecht en ineens woonde ik in een grote stad met een gaykroeg! In het tehuis was ik omringd met allemaal jongeren met problemen, waar ik me eindelijk begrepen voelde. Iedereen accepteerde elkaar, ook al was iedereen anders.

“A question that sometimes drives me hazy, am I or are the others crazy?” - Albert Einstein

Als ik terugdenk aan mijn jeugd heb ik mij altijd al wel anders gevoeld. Bij de jongens of meisjes op het schoolplein voelde ik me nooit thuis. Toen ik naar de middelbare school ging veranderde dat. Ik werd populairder en vond erg veel aansluiting bij alle meisjes uit mijn jaar. Dat voelde gek, want ze vonden me leuk zonder dat ze echt wisten wie ik was. Ik hield namelijk voor de buitenwereld nog steeds vol dat ik geen homo was, op een paar goede vriendinnen na die er altijd voor me waren. Er was wel een ‘out and proud’ homo bij mij op school, maar hier vond ik geen aansluiting bij en zoals hij zich gedroeg wilde ik niet worden. In mijn klas werden door de jongens ook nog eens veel vervelende opmerkingen over homo’s richting mij gemaakt, maar dit stopte gek genoeg toen ik in het laatste jaar verteld had dat ik homo was. Ik denk omdat ze de duidelijkheid hadden waar ze eigenlijk naar op zoek waren. Toen ik enkele jaren later met een oud-klasgenoot in de bus zat, zei hij zich achteraf een enorme meeloper te voelen. Hij vertelde dat hij vroeger juist jaloers was op het feit dat ik zo mijzelf durfde te zijn!

Ook op andere plekken merkte ik dat grapjes en opmerkingen over homoseksualiteit mij raakten. Op mijn werk in een Grand Café zei een collega bijvoorbeeld een keer “Drink jij bessen? Haha dat is echt een gay-drankje!”. Ik schrok heel erg van deze opmerking omdat ik het toen nog probeerde te verbergen en ik het gevoel kreeg alsof ik betrapt was. Deze collega is inmiddels wel mijn beste vriendin geworden en toen we het er laatst over hadden zei ze dat ze daarmee gewoon op een luchtige manier wilde checken of ik op jongens viel. Gek eigenlijk, hoe je hoofd op hol slaat, hoe negatief je denkt en dingen verkeerd kunt interpreteren als je nog in de kast zit.

“There is no way to happiness, happiness is the way” - Buddha

Via www.gay.nl ontmoette ik jaren geleden Rob, een jongen die in een dorpje in de buurt woonde. Na een tijdje praten bleek dat hij op dezelfde middelbare school had gezeten en raakten we niet uitgepraat. Hij gaf me veel bevestiging en al snel hadden we een relatie. Ik was voor de meeste mensen al uit de kast en hij nog voor niemand, dus daar kon ik hem goed bij helpen. We hadden afgesproken dat ik met kerst bij hem ging eten en hij er ruim daarvoor met zijn ouders over zou praten. Op een gegeven moment wilde ik tijdens het kerstdiner vragen hoe ze het vonden dat hun zoon ineens met een jongen thuis kwam in plaats van een meisje. De reactie was: “Eh nou, hij heeft vanmiddag vertelt dat hij op jongens valt, dat hij een relatie heeft en dat je zou komen eten, dus het is nog heel erg nieuw voor ons”.

Ongemakkelijkheid ten top natuurlijk, maar ik was in ieder geval welkom en dat vond ik al heel wat. De relatie heeft ons beide veel zelfvertrouwen gegeven. Zo kregen we samen een keer te maken met homohaters, maar voelde het zo goed om hen samen de mond te snoeren. Want ik heb inmiddels geleerd dat niemand je minderwaardig kan laten voelen, zonder jouw toestemming.

“Vrienden zijn familieleden die we zelf uitkiezen”

Waarom ik het ondanks alles toch allemaal zo goed heb doorgemaakt komt ook door mijn maatje Rens. Hij woonde tegenover mij in de straat en we merkten dat we een enorme klik hadden. Tot vier uur ’s nachts zaten we te praten bij het kanaal, elke dag lieten we mijn hond uit en vele films hebben we samen verslonden. Nog niet wetende dat een onderdeel van die klik onze homoseksualiteit was. Op een avond vertelde ik als eerste dat ik op jongens viel en Rens had hiervoor nog iets langer nodig. Daarna hebben we samen alles voor het eerst uitgeprobeerd waardoor we ons heel veilig en op ons gemak voelden. Alles om ons heen kon ons gestolen worden, want wat er ook mis ging, we hadden altijd nog elkaar waarbij we terecht konden. Samen met Rens ging ik ook voor het eerst naar de PANN feesten. En wat was dat spannend! We stonden uren voor de spiegel met de lekkerste muziek van Beyoncé op de achtergrond om alvast warm te dansen. Natuurlijk was het wel eventjes wennen om ineens omringd te zijn met allemaal mensen die zijn zoals jij en je een keer niet anders te voelen. Pas toen ik zeker genoeg was durfde ik ook op heterofeestjes mezelf te zijn en uit mijn dak te gaan. Tegenwoordig ontvang ik daar bewondering voor en komen mensen er speciaal voor naar me toe om dat te zeggen. Laatst kwam er zelfs een jongen uit mijn dorp naar me toe die zei het zo leuk te vinden dat ik nu schijt had aan wat andere mensen van me dachten en heel open vroeg hoe het met mij en de mannen ging. Ik voel me tegenwoordig dan ook niet meer anders, maar bijzonder.

“Wees de verandering die je in de wereld wilt zien” - Mahatma Ghandi

Toen ik naar de universiteit ging had ik het gevoel alsof ik moest kiezen. Wilde ik stil op de achtergrond blijven, of als gay op de voorgrond komen? Maar toen besefte ik me dat er ook een tussenweg bestond: mijzelf zijn. En dat ik met mijn ervaring graag anderen wilde gaan helpen. Zo heb ik bij mijn studievereniging een homogenootschap opgericht, waarmee we veel leuke dingen samen doen. Maar ook praten over serieuze zaken zoals de omgang met je ouders, bestaande stereotypen en onze relaties. Daarnaast ben ik bij een homostudentenvereniging gegaan en ben ik daar inmiddels vertrouwenspersoon geworden.

Ik ben tijdens mijn studententijd wel nog een tijdje terug gegaan naar de therapeut en inmiddels is het contact met mijn ouders weer hersteld. En ik heb een geweldige baan als groepsbegeleider in de jeugdzorg. Alles wat ik heb meegemaakt heeft mij laten groeien, want het leven wordt niet altijd makkelijker maar je wordt zelf veel sterker. Ik heb inmiddels de kracht om afwijkende meningen van anderen te relativeren en ik beseft dat ik meer dan alleen homo ben. Natuurlijk heb ik soms nog wel een dipje, maar dan probeer ik mezelf altijd te bedenken:

“Everyone wants happiness, no one wants pain. But you can't have a rainbow without a little rain” - Zion Lee