Sandra

“Ik kon mij toen gewoon niet voorstellen dat ik echt lesbisch zou zijn”

Ik voelde mij vaak anders als kind maar wist niet precies waarom.  Ik zat in de brugklas toen ik mij thuis hardop afvroeg of ik meisjes misschien leuker vond dan jongens. Ik kan mij de reactie van mijn moeder niet meer goed herinneren. Maar haar reactie was voor mij geruststellend: het was iets in de trant van dat het niet gek is en mogelijk weer overgaat. Gelukkig dacht ik, ik ben ‘gewoon’.

In mijn puberteit probeerde ik altijd wel een vriendje te hebben, want dat hadden al mijn vriendinnen, en ik begreep dat dit echt nodig was om voor ‘normaal‘ door te kunnen gaan. Maar dat voelde niet goed. Ik voelde mij vaak alleen en dacht soms aan de dood. Ik wilde er soms gewoon niet meer zijn. Theater maken, een goede vriendin en heel veel lezen hielden mij op de been.

In het bijzonder voelde ik mij, tussen alle mensen, tijdens het uitgaan erg eenzaam. Mijn vriendinnen waren druk bezig indruk te maken op de jongens en ik begreep daar daadwerkelijk niet de lol van. Het irriteerde mij hoe meiden zich uitsloofden voor jongens en zich vaak veel dommer voor deden dan ze daadwerkelijk waren. Het machogedrag van jongens vond ik, zo mogelijk, nog stommer. Ik ging mij daarom verdiepen in het feminisme. Dat hielp enorm: de kritische ideeën over man – vrouw verhoudingen paste bij wat ik om mij heen zag. Ik kreeg een vriendje en zag mij zelf als een feministische heteroseksuele vrouw die meisjes ook interessant vond. Ik kon mij toen gewoon niet voorstellen dat ik echt lesbisch zou zijn. Niemand om mij heen was lesbisch en ik dacht dat alle lesbische vrouwen kort haar hadden en alleen bezig waren met sport. Ik kon mij dus totaal niet identificeren met de term ‘lesbisch’.

Toen ik 19 jaar oud was, werd ik verliefd.. Smoorverliefd. Op een vrouw! Een jaar lang sprak ik er niet over. Ik was bang dat als ik het zou uitspreken, het ‘echt waar’ zou zijn en ik niet meer terug kon. Ik probeerde het te vertellen tegen vriendinnen maar durfde het niet echt. Uiteindelijk raapte ik al mijn moed bij elkaar en vertelde het aan één vriendin. Ik koos een vriendin van wie ik zeker wist dat ze mijn gevoel niet zou afkeuren. Ze sprak namelijk altijd erg positief over haar lesbische zus. Het praten met deze vriendin luchtte heel erg op. Er viel een enorme last van mijn schouders.

Langzaam maar zeker ging ik mijzelf ervaren als biseksueel. Maar ik durfde mijn lesbische gevoelens nog niet echt te verkennen. Toen ik verhuisde naar een stad ver weg van het dorp waar ik was opgegroeid, veranderde dat. Ik ontmoette andere lesbische en bi vrouwen en begon mijn eigen seksuele voorkeur steeds normaler te vinden. Ik ontwikkelde een hechte vriendschap met een andere lesbisch meisje met wie ik mijn ervaringen kon delen en samen kon lachen over dingen die andere heterovriendinnen niet begrepen. Langzaam maar zeker begon ik mij steeds meer op mijn gemak te voelen bij mijn eigen seksuele voorkeur. Hierdoor ging ik meer open staan voor verliefdheid en een echt fijne relatie.

Met mijn huidige vrouw was het liefde op het eerste gezicht. Zij is de liefde van mijn leven. We zijn altijd open over onze seksuele voorkeur en liefde voor elkaar. Ik vind het niet meer eng om te zeggen: ‘Ik ben lesbisch’. Het is namelijk wie ik ben. En daar schaam ik mij niet meer voor zoals ik vroeger wel deed. Ik ben trots op wie ik ben en ik vind dat ik mijzelf en mijn liefde voor mijn vrouw niet hoef te verstoppen.