Sarah

“Gevoelens zijn niet zo zwart-wit, complex en passen niet altijd netjes in een verhaal.”

De “ontdekking” van mijn seksuele identiteit verliep niet bepaald rechtlijnig. Op mijn veertiende werd ik voor het eerst verliefd op een meisje. Ik wilde zoveel mogelijk in haar buurt zijn, haar zoveel mogelijk aanraken als binnen de grenzen van platonische vriendschap mogelijk was. Ik schreef gedichten over haar in mijn dagboek. Het was een week nadat ik voor het eerst echt verkering had gekregen met een jongen bij mij op school, die 4 jaar ouder was dan ik. Ik wilde zo graag een vriendje dat ik alle registers had opengetrokken om er één te krijgen. Maar toen het uiteindelijk was gelukt, voelde ik geen vlinders als ik zijn hand vasthield en vond ik het eindeloze wasmachinedraaiende tongzoenen in de pauze aan het einde van de gang in de kelder niet bepaald sexy. Ik was heimelijk verliefd op Suze met haar blonde, vlassige haar, maar maakte de verkering met Wouter niet uit. Ik werd verliefd op Marissa en daarna op Janneke, een stoere meid die een klas hoger zat, haar haar knalblauw had geverfd en er in mijn ogen lesbisch en dus bereikbaar uitzag. Ik schreef mijn dagboek vol met romantische wanhoopskreten: nooit zou een meisje verliefd op me kunnen worden!

Aangezien de enige openlijke homojongen van school af was gepest dacht geen haar op mijn hoofd eraan om uit de kast te komen. En wederzijdse liefde met een meisje leek me dan ook een onmogelijkheid. Ik voelde me alleen en opgesloten in mijn eigen hoofd.

Nog steeds had ik verkering met Wouter. Ik was zelfs aan de pil en we gingen met elkaar naar bed, op mijn veertiende. De eerste keer dat hij vroeg of ik bij hem wou blijven slapen, overtuigde hij me dat hij geen seks wilde. Het leek hem gewoon zo romantisch om samen wakker te worden. Maar zodra we in bed lagen begon hij me over te halen hem af te trekken. Uiteindelijk gaf ik toe, want ik was moe en wilde van zijn gezeur af. Ik vond het wel fascinerend hoe hij eruit zag toen hij klaarkwam. En ook vies, dat spul aan mijn handen. Zo kreeg hij me steeds een stapje verder.
Achteraf voelde het alsof ik mezelf had verloren door alsmaar over mijn grens te gaan. Toen ik na anderhalf jaar eindelijk de moed had verzameld en het uitmaakte, werd ik eerst heel kwaad op Wouter en hervond ik mezelf. Na verloop van tijd ging ik beter begrijpen dat er een grijs gebied bestaat tussen gedwongen worden en iets uit vrije wil doen. Wouter zat natuurlijk duidelijk fout: hij had mijn grenzen moeten respecteren in plaats van zich er doorheen te lullen. Toch had ik in dat grijze gebied ook zelf keuzes gemaakt. Hij had me over kunnen halen omdat ik zo nieuwsgierig was naar hoe het allemaal werkte met liefde en seks. Ik vind het prettig om dat te kunnen erkennen. Dan voel ik me niet zo’n slachtoffer, ook al was ik het misschien wel.

De overgebleven jaren op de middelbare school was ik altijd wel heimelijk verliefd op een meisje. Maar soms ook op een jongen, een leuke Friese jongen op zeilkamp of een politiek bewuste GroenLinks jongen op mijn VVD-kakschool. Mijn gevoelens voor vrouwen zijn altijd duidelijk geweest. Ik heb er nooit moeite voor hoeven doen, ze waren er gewoon. Om op jongens verliefd te worden heb ik vroeger zoveel moeite gedaan dat ik niet goed weet hoe authentiek die verliefdheden waren. Toch herinner ik me wel degelijk echte verliefde gevoelens voor jongens. Ook nadat ik de knoop had doorgehakt en na mijn middelbareschooltijd aanvankelijk als “lesbisch” en niet als “bi” uit de kast was gekomen.

Als ik verliefd word op een jongen is dat altijd tot op bepaalde hoogte, namelijk van zijn hoofd tot aan zijn middel. Dat die jongens ook piemels hebben staat me nog steeds tegen. Daarin zou best mee kunnen spelen dat ik slechte herinneringen heb aan piemels. Val ik dáárom niet echt op mannen, vanwege een seksueel trauma? Of was het niet fijn met Wouter omdat ik niet echt op mannen val? Die vraag heeft me jaren dwars gezeten. Uiteindelijk heb ik geaccepteerd dat ik het nooit zal weten, maar dat het niet uitmaakt. Gevoelens zijn complex en passen niet altijd netjes in een verhaal.

Ik ben nu twee jaar samen met mijn eerste vriendin en vind het geweldig om met een vrouw te zijn. De mensen die me nader staan vinden liefde en seksualiteit tussen vrouwen vanzelfsprekend. Dat ik dat deel van mezelf ooit geheim moest houden staat nu zo ver van me af dat ik het me nauwelijks meer voor kan stellen. Het blijft irritant dat mensen zoveel aannames maken. Als ze niet begrijpen dat ik met “vriendin” mijn geliefde bedoel, vragen of ik een vriendje heb of juist verrast reageren als ik laat merken dat ik een jongen aantrekkelijk vind. Maar het is stiekem ook leuk om mensen in verwarring te brengen.

Als iemand mij tegenwoordig vraagt wat mijn seksuele identiteit nou eigenlijk is, kan ik verschillende verhalen vertellen. Ik ben lesbisch, want ik heb een voorkeur voor vrouwen. Ik ben bi, want ik word verliefd op mensen van verschillende seksen. Ik ben fluïde, queer, open, ik pas niet in een hokje. Het is allemaal waar. Maar veel belangrijker dan “wat” je precies bent, vind ik dat je trouw bent aan jezelf en aan je gevoelens. Ook als die niet zwart-wit zijn.