Floris

“Het is niet de intentie van God om mij ongelukkig te laten zijn“

Ik ben opgegroeid in een gereformeerd vrijgemaakt gezin met vijf broers, vier ouder en de ander jonger. We gingen allemaal naar dezelfde gereformeerde basisschool, om daarna naar dezelfde gereformeerde middelbare school te gaan in Zwolle. Op het oog een heel normaal gelovig gezin. Maar ik droeg lange tijd een groot geheim bij me, een heel moeilijk geheim.

Bij elke stap zei ik tegen mezelf dat ik hetero was. Ik had een folderwijk dus dat waren nogal wat stappen. Ik dacht dat ik mezelf er wel van zou kunnen overtuigen dat ik hetero was, als ik het maar vaak genoeg zei. Later realiseerde ik me dat ik het niet meer vol kon houden. Dus maakte ik er van dat ik dan maar bi was. Dan had ik ten minste nog een beetje hoop dat ik netjes volgens het plaatje zou eindigen met een vrouw, twee kinderen en een golden retriever. Pas na een flink aantal maanden kon ik mezelf niet langer voor de gek houden. Aan dat ideale plaatje zou ik nooit kunnen voldoen. Ik zou nooit net als mijn grote broers met een meisje thuiskomen.

Als ik de dominee zondag in de kerk moest geloven zou ik zelfs voor altijd alleen blijven. En elke keer dat de dominee het over homo’s had voelde ik me aangesproken. Ik zat voor mijn gevoel met een enorme roze pijl boven mijn hoofd in de kerk, iedereen wist dat het over mij ging. Dat was natuurlijk niet zo, maar als 15-jarig goedgelovig jongetje spoken de raarste dingen door je hoofd.

Ik zag als een berg op tegen mijn coming-out. Hoe moest ik tegen mijn ouders vertellen dat ik niet aan hun verwachtingen kon voldoen? Kon ik ze nog meer teleurstellen? Gelukkig hoefde ik het niet alleen te vertellen, maar was er een vriend van mijn ouders met wie ik het samen heb verteld. Na dit gesprek vonden mijn ouders dat ik met de dominee moest praten. Het eerste wat hij zei was dat ook liefde tussen twee mannen van God kwam. Daar heb ik me aan vastgehouden.

Maar homoseksualiteit ligt nogal gevoelig in de gereformeerde kerk. Er wordt zelfs onderscheid gemaakt tussen homofilie en homoseksualiteit, dus tussen het homo-zijn en het homo-doen. Ik moest dan ook boekjes gaan lezen over dat homo’s niet mogen samenwonen, geen seks mogen hebben en niet mogen trouwen. Hier had ik geen boodschap aan. Ik wilde zelf een beeld vormen over hoe ik me op zou moeten stellen als homo in een gelovige omgeving. Geholpen door gesprekken met mensen in mijn omgeving heb ik me voorgenomen me niet door een instituut als de kerk te laten vertellen hoe ik gelukkig moet worden. Ik ben van mening dat het niet de intentie is van God om mij ongelukkig te laten zijn.

Inmiddels zijn we zes jaar verder. Ik ga niet meer naar de kerk, maar ben nog wel een soort van gelovig. Al noem ik mezelf liever geen christen, want dan heb je als homo vaak veel uit te leggen. Veel homo’s begrijpen namelijk niet waarom ik nog in God geloof, omdat ze denken dat ik van hem geen homo mag zijn. En mijn ouders zijn het niet eens met hoe ik mijn geaardheid in de praktijk breng, maar ze houden van me en accepteren me hoe ik ben. Ik heb het ze erg moeilijk gemaakt door vragen te durven stellen bij het geloof die zij nooit hebben durven stellen. Ook heb ik veel grenzen op moeten zoeken, want ik mocht niet naar het COC, ik mocht niet stappen in Amsterdam. En mijn eerste vriendje mocht niet bij me thuiskomen, laat staan blijven slapen. Tegenwoordig moet mijn huidige vriendje zelfs op alle familiefoto’s komen. Dus met een beetje provoceren en laten zien dat je niet verandert na je coming-out komt het uiteindelijk allemaal goed!