Benjamin

“Het gaf mij rust om te denken dat God mij op deze manier op de wereld had gezet.”

Ik ben 24 jaar geleden in een klein, christelijk dorp geboren. Mijn gevoel bij dat dorp was altijd of dat iedereen elkaar in de gaten hield en dan vooral dat iedereen een mening over iemand anders had. Op de basisschool werd ik veel gepest, voelde me alleen en veel zelfvertrouwen had ik niet. Toen ik het gevoel kreeg dat ik ‘anders’ was, rond mijn vijftiende, had ik dan ook erg het gevoel, dat ik werd bekeken, dat anderen het door hadden. Ik probeerde zo min mogelijk op te vallen. Er mee gepest worden was wel het laatste wat ik wilde. Daardoor was ik altijd erg stil, bang dat ik opviel en er over mij geroddeld zou kunnen worden.

Het anders zijn, de homoseksuele gevoelens voelde niet als iets goeds, maar die behoeftes waren er wel. Lang heb ik mezelf voorgedaan als iemand anders, een dubbelleven geleid. Als iemand vroeg of ik een relatie had, zei ik dat ik het perfecte meisje nog niet tegen was gekomen, of dat ik maagd wilde blijven tot het huwelijk. Ondertussen sprak ik stiekem met jongens af om mijn gevoel en verlangens te onderzoeken. Dat ik homo was, wist ik rond mijn zeventiende zeker. Maar de drempel om uit de kast te komen voelde te groot.

Ten eerste durfde/wilde ik niet uit de kast komen omdat ik mezelf niet kon voorstellen om ook een leven samen met een man te delen. Ik heb lang voor mezelf een bepaald toekomstbeeld gehad die hier niet zo goed bij paste. Een vrouw, kinderen en een hond, een groot gezellig gezin paste in het plaatje. Opgroeiend in een christelijk gezin voelde de druk voor mij om aan de maatschappelijke wenselijkheid van het hetero zijn te voldoen erg groot. En de kinderwens is altijd gebleven. Vanuit het christen zijn voelde het ook niet goed. Was mijn seksuele voorkeur een beproeving van God? Een fase? Moest ik er beter mijn best tegen doen?

Was er een andere manier waarop ik kon voldoen aan mijn eigen eisen en wensen, maar ook aan de gevoelens waarvan ik zeker wist dat die sterker voor jongens waren dan voor meisjes? Ik bedacht dat het voor mij echter niet volledig zou kunnen voelen met een vrouw. Ik zou haar niet kunnen beminnen zoals met een man. Het zou een onbevredigd gevoel geven, een leegte die niet opgevuld kon worden. Dat zou ook niet eerlijk zijn tegenover een vrouw.

Het gaf mij rust om te denken dat God mij op deze manier op de wereld had gezet. Hoe zou hij zijn eigen gemaakte schepsels niet lief kunnen hebben om wie ze zijn? Écht zijn. Op mijn achttiende durfde ik tegen een paar vriendinnen te zeggen dat ik homo was. Het was fijn om er over te kunnen praten. Hun mening te horen over wat er allemaal door mijn hoofd spookte. Tegen anderen vrienden en vriendinnen durfde ik het niet te zeggen, bang dat ze het vanuit het christelijke geloof niet zouden accepteren.

Via gay.nl (waar ik een profiel had zonder foto, met de angst dat ik herkend zou worden) leerde ik op mijn 21e een jongen kennen waar ik meteen een klik mee had. Stiekem op mijn kamer, zaten we uren met elkaar te bellen. Dit gevoel had ik nog niet eerder ervaren. Ik voelde me natuurlijk al wel langer aangetrokken tot jongens, maar verliefd was ik nog niet eerder geweest. In de zomervakantie waren mijn ouders vier weken weg en ik voelde me vrij. Ik hoefde niet te liegen over waar of met wie ik rond hing. We werden verliefd en kregen verkering. Ik had een relatie gekregen zonder dat mijn ouders überhaupt wisten dat ik homo was! Het voelde de moeite waard om hiervoor eindelijk de kast uit te komen.

Ik had mezelf voorgenomen het meteen tegen mijn ouders te zeggen als ze terugkwamen van vakantie. Ik was niet alleen benieuwd naar de reactie van mijn ouders, maar ook naar die van mijn twee broertjes. Zij kwamen eerder terug van vakantie en besloot het hen alvast te vertellen. Apart van elkaar vertelde ik het ze. Omdat ik het woord homo te moeilijk vond om uit te spreken zei ik dat ik een relatie had, met een jongen. Ze namen het beiden goed op. De een grapte of ik nu ook latex pakjes ging dragen en de ander vroeg of mijn vriend van Xbox-en hield. Het gaf me moed om het aan mijn ouders te vertellen. Toen mijn ouders vroegen of ik me een beetje had vermaakt toen ze weg waren zei ik: Ja, veel in Utrecht geweest. Ik probeerde op die manier op de volgende vraag aan te sturen. Wat moest je daar dan steeds? Voor mijn gevoel duurde het een eeuwigheid voordat ik daarop durfde te reageren. En toen zei ik ook tegen hen dat ik een relatie had, met een jongen.

Mijn moeder reageerde met: Oh, met wie dan? Mijn vader zei dat we het eerst maar over mij moesten hebben. Hij begon vragen te stellen vanuit het zelfde gevoel waar ik eerder mee rond gelopen had."Weet je het wel zeker? Heb je het wel hard genoeg geprobeerd? Jij bent altijd zo impulsief, loop je niet te hard van stapel?".

Dat ik niet over één nacht ijs was gegaan, maar met dit gevoel al vijf jaar liep veranderde niets aan zijn mening. Als seksualiteit een keuze was geweest had ik natuurlijk niet voor de moeilijkste -de homoseksuele- weg gekozen. Het was moeilijk toen ik uit de kast was gekomen, dat mijn ouders er zo aan moesten wennen. Ze moesten er eerst zelf hun weg in vinden, een mening er over kunnen vormen en deze bijstellen. Dit had tijd nodig. Dat was lastig, als je eindelijk de stap hebt durven nemen om het aan je ouders te vertellen, verwacht je wel een bepaalde steun, maar die was er niet. Het eerste half jaar was mijn vriend dan ook niet welkom bij mijn ouders thuis. Ik had verwacht dat het thuis nu meer bevrijdend zou voelen, maar ik had juist het gevoel dat ik op mijn tenen liep. Ik hoefde in ieder geval niet meer te liegen, maar interesse in hoe ik me nu voelde was er ook niet echt.

De vrienden en vriendinnen waar ik bang voor was om het aan te vertellen, reageerden zoals ik had verwacht. Ze zagen het als een keuze. Maar als dit mijn keuze was, zouden ze het proberen te accepteren en mij er in steunen. Echter werkte dit niet, want er kwam veel afstand door het onbegrip. Ook ik kon niet begrijpen dat het geloof, wat iets moois zou zijn zo’n negatieve stempel kon drukken op de vriendschappen. Als dit het geloof was, dan was ik daar ook meteen klaar mee. Ik moest weg uit het dorp, ik moest weg van mijn ouders. Ik ben toen op kamers gaan wonen, en dat voelde erg bevrijdend. Ik kon mijn eigen weg gaan vinden, meer mezelf zijn en mezelf vinden in een nieuwe omgeving.

Na mijn coming-out was het wennen. Je belandt in een soort coming in van het homo zijn. Vragen als: ‘Hoe wil ik mijn leven als homo nu vormgeven?‘, ‘Hoe geef ik invulling aan mijn huisje, boompje, beestje idee’, ‘Zou ik ooit nog kinderen kunnen krijgen?’‘Zal er ooit iemand zijn die een gezin wil vormen?’ houden mij nog steeds bezig.

Soms vind ik het nog wel eens moeilijk. Er zijn mensen die een stempel op je plakken omdat je homo bent, ze stoppen je in een hokje zonder dat ze je verder kennen. Af en toe is het slikken, omdat mensen iets negatiefs van je vinden zonder dat ze je kennen. Dat het een keuze, een lifestyle is die ik heb gekozen.  Maar ik ben trots dat ik durf te zijn wie ik ben. Ik ga de confrontatie dan ook zeker aan, en probeer het uit te leggen, begrip te kweken. Je leeft maar een keer, dus leef je leven, laat dat niet belemmeren door de mening van anderen!