Hulp vragen aan iemand die je kent

Je kunt hulp zoeken bij iemand die je goed kent, bijvoorbeeld een goede vriend(in), zus, broer of docent op school.

Een persoon die jou mogelijk kan helpen:
• Kan goed luisteren.
• Roddelt en oordeelt niet over jou.
• Zegt je wat je goed doet. Geeft je wel eens een compliment.
• Laat je merken dat je jezelf mag zijn.
• Maakt eerst afspraken met je als zij of hij er ook andere mensen bij wilt betrekken.

Een persoon die jou zeker niet kan helpen:
• Geeft een oordeel over jou. Hij of zij zegt bijvoorbeeld: “Wat jij denkt is niet normaal”.
• Wordt boos of scheldt je uit wanneer hij of zij vindt dat je iets niet goed hebt gedaan.
• Zegt dat zij/hij je verhaal met anderen gaat bespreken.
• Zegt dat je je niet aan moet stellen.
• Zegt dat jouw transgender-gevoelens ‘vanzelf over gaan’.
• Vindt dat wanneer hij of zij iets voor jou doet, jij ook iets terug moet doen.
• Zegt wel eens nare dingen tegen jou.

Vijf tips als jij je verhaalt vertelt:
1. Doe het op een rustig moment.
2. Vertel die ander dat je graag met hem of haar alleen wilt praten. Zeg erbij dat het belangrijk is.
3. Vertel je hele verhaal, geef aan wat er is gebeurd en hoe je je voelt.
4. Maak aan het eind van het gesprek afspraken over hoe nu verder. Bedenk samen of er iemand nodig is om advies aan te vragen. Je kunt namelijk altijd advies inwinnen bij een hulpverlener.
5. Lees hier waar je hulp kunt vinden: ‘Hulp: welke stap zet ik eerst’.

Deel je verhaal niet alleen met een leeftijdsgenoot. Praat ook met een volwassene. Samen kun je op zoek gaan naar hulp of informatie.