Minicursus zelfvertrouwen

Wil je een zelfverzekerde indruk maken? Volg de oefeningen in deze minicursus. Als je zelfverzekerd overkomt, loop je minder kans op pesten, geweld of intimidatie. Iemand die pest, zoekt namelijk meestal een slachtoffer uit die eruitziet alsof hij of zij niets terug zal doen.

Een zelfverzekerde indruk maken

Je zelfverzekerd voelen is een gevoel waar je zelf aan moet werken; er bestaat geen wondermiddel die jouw zelfvertrouwen de hoogte inschiet. Maar er zijn wel dingen die jou kunnen helpen. Geef jezelf bijvoorbeeld vaker complimenteren. Schiet even een glimlach naar jezelf als je in de spiegel kijkt. En doe vaker dingen waar je goed in bent en waar jij prettig bij voelt.

Je maakt een zelfverzekerde indruk door een rechte rug te hebben, mensen aan te kijken en te spreken met een duidelijke en goed verstaanbare stem. Voordeel is dat wanneer je zo gedraagt, jij je ook vaak zelfverzekerder gaat voelen. Probeer het maar eens. Doe hieronder de oefeningen!

Oefening 1: In een tunnel

  1. Zorg voor een rustige ruimte waar je niet wordt gestoord door anderen.
  2. Bedenk dat je loopt door een eng fietstunneltje: je kijkt naar beneden, je trekt je schouders wat op en je duikt een beetje in elkaar. Je ademhaling is hoog, uit de borst.
  3. Bedenk nu dat je loopt op een heerlijk warm strand met een aangenaam briesje. Je kijkt om je heen en ontspant je schouders. Je haalt rustig adem door je buik.
  4. Bij welke manier van lopen kom je zelfverzekerd over? En hoe komt dat?

Bij welke manier van lopen voel je je prettiger?

Ik voel mij prettiger wanneer ik naar beneden kijk.

Dit komt waarschijnlijk omdat je gewend bent om zo te lopen. Het voelt vertrouwd. Probeer eens met een rechte rug te lopen. Dit zal in het begin onwennig voelen. Maar na een tijdje went het en ga je je zelfverzekerder voelen. Ga aan de slag met oefening 2.

Ik voel mij prettiger wanneer ik om mij heen kijk.

Mooi! Probeer dit vaker te doen. Vind je dit nog lastig? Ga aan de slag met oefening 2.

Oefening 2: Je eigen houding

  1. Zorg voor een rustige ruimte waar je niet wordt gestoord door anderen.
  2. Film jezelf terwijl je op een normale manier door de kamer loopt. Als het je zelf niet lukt met je camera of webcam, vraag dan een goede vriend(in) om dit te doen.
  3. Bekijk het filmpje terug en let op:
    1. Je schouders: staan deze naar voren of naar achteren?
    2. Je rug: is deze recht of (een beetje) gebogen?
    3. Je ogen: zijn deze naar voren gericht of naar beneden?
  4. Als je je rug en schouders recht houdt en je ogen naar voren hebt in plaats van naar beneden, kom je zelfverzekerder over. Wat houd je tegen om dit te doen?
  5. Probeer het nu uit als je op straat loopt, bijvoorbeeld als je naar school loopt.
  6. Heb je zo op straat gelopen, ga het dan doen als je met vrienden uitgaat.

Oefening 3: Hoe herken je een homo?

  1. Beantwoord de volgende de vragen:
    • Waaraan denk je dat anderen kunnen zien dat iemand homo is? Schrijf 2 dingen op.
    • Waaraan denk je dat anderen kunnen zien dat iemand lesbisch is? Schrijf 2 dingen op.
    • Waaraan denk je dat anderen kunnen zien dat iemand hetero is? Schrijf 2 dingen op.
    • Waaraan denk je dat anderen kunnen zien dat iemand bi is? Schrijf 2 dingen op.
  2. Wie van de volgende bekende personen is 100% hetero?
  • Filmactrice Ellen Page
  • Filmactrice Lindsay Lohan
  • Paul Groot uit Koefnoen
  • Claudia de Breij
  • Barry Paf van Radio 538
  • Ricky Martin
  • Justin Timberlake
  • Cynthia Nixon (Miranda in Sex in de City)
  • Ferry Doedens uit GTST
  1. Kijk naar de foto’s hieronder van 9 jongeren. Kies bij elke foto wat jij denkt dat hun seksuele voorkeur is.

    Bi

    Hetero

    Hetero

    Hetero

    Hetero

    Hetero

    Lesbisch

    Homo

    Hetero

  2. Zoals je ziet zijn homo’s, bi’s en lesbo’s moeilijk te herkennen. Veel mensen denken dat ze het kunnen zien maar dat is vaak niet zo. Mensen van wie men denkt dat ze homo zijn, zijn misschien hetero en andersom. Dit noemen we vooroordelen: je hebt een oordeel over iemand, zonder dat je iemand kent. Vooroordelen zijn er op allerlei terreinen. Bijvoorbeeld:
    • Iemand die knap is, is vast arrogant.
    • Iemand die een bril draagt, is vast slim.
    • Iemand die dik is, is vast lui.
      Schrijf zelf ook nog twee vooroordelen op die je kent.
  3. Kijk terug naar je lijstje bij vraag 1. Kloppen deze nog? Of zijn het misschien vooroordelen?

Oefening 4: Tips aan Rob

  1. Lees het verhaal van Rob.
    Rob is 14 jaar en zit op voetbal. Alle vrienden van Rob zitten op voetbal. De vader van Rob doet ook aan voetbal en vindt het helemaal te gek dat Rob deze sport ook doet. Rob vindt voetbal eigenlijk helemaal niet zo leuk. Hij gaat al jaren met tegenzin naar de training. Hij gaat er vaak met buikpijn heen. Een jongen in zijn klas doet aan judo. Dat lijkt Rob wel wat. Maar ja, dat vinden zijn vrienden misschien wel stom en zijn vader zal het ook niet leuk vinden. Rob voelt zich onzeker: hij durft niet goed de stap te zetten om te zeggen wat hij vindt van zijn sport.
  2. Rob vraagt jou om advies. Wat zou jij tegen Rob zeggen?
  3. Hoe kan je dit advies voor Rob voor jouw eigen situatie gebruiken?
  4. Wanneer zou jij vaker voor jezelf op willen komen en willen kiezen wat voor jou het beste voelt?

Oefening 5: Wat ging er vandaag goed?

  1. Voordat je gaat slapen, neem je iedere dag een moment de tijd om te bedenken wat jij die dag goed hebt gedaan. Dat kan heel klein zijn, bijvoorbeeld:
    • Je hebt een vriendin een compliment gegeven over haar kleding.
    • Je hebt anderen met een grap aan het lachen gemaakt.
    • Je hebt eindelijk je huiswerk gemaakt voor een vak dat je niet leuk vindt.
    • Je bent niet boos geworden toen je broertje je zat te irriteren.
  2. Schrijf 3 dingen op in een schrift, in je mobiel of op je computer. De eerste keer dat je dit doet, is dit vaak moeilijk. Het is makkelijker om te focussen op wat niet goed gaat. Probeer toch 3 dingen op te schrijven.

Hoe vond je dit om te doen?

Moeilijk

Het kan soms moeilijk zijn. Lees hier nog een paar voorbeeldenom zelf een idee te krijgen. Probeer het dan nog een keer.
- Je hebt je kamer opgeruimd.
- Je hebt een lief sms’je gestuurd aan een goede vriend(in).
- Je hebt meegedaan met gym terwijl je daar geen zin in had.
- Je hebt je moeder bedankt toen ze iets voor je deed.
- Je hebt niet vervelend gedaan tegen die klasgenoot die je niet leuk vond.
- Je hebt een klasgenoot geholpen met een moeilijke opdracht.
Probeer dit twee weken lang, iedere avond. Je zult zien dat het steeds makkelijker gaat.

Ging wel

Hartstikke goed! Probeer dit twee weken lang, iedere avond, te doen. Je zult zien dat het steeds makkelijker gaat.

Makkelijk!

Mooi! Ga door naar oefening 6.

Oefening 6: Schrijf je ervaringsverhaal op

Soms is het makkelijker om je verhaal op te schrijven dan om erover te praten. Schrijven ordent je gedachten. En het wordt makkelijker om er daarna over te praten als je dat wilt.

  1. Lees de ervaringen van anderen.
  2. Maak een begin.
    1. Je kunt eerst opschrijven wat er allemaal in je opkomt en het daarna ordenen op volgorde van tijd. Je kunt je verhaal ook beginnen met hoe je dingen nu ervaart en dat koppelen aan gebeurtenissen of thema’s uit het verleden. Zo wordt duidelijk hoe je gevormd bent door deze ervaringen.
    2. Je kunt een ‘helicopterkijk’ op je hele leven gebruiken, maar er bijvoorbeeld ook voor kiezen om iets specifieks uit te lichten. Bijvoorbeeld: hoe het in je gezin of op school ging of over je culturele/religieuze achtergrond.
    3. Als je het leuk vindt om er iets totaal anders mee te doen, bijvoorbeeld ‘een brief aan mijn jongere ik’ dan mag dat ook, het is jouw ervaringsverhaal!
  3. Neem rustig de tijd om je verhaal op te schrijven. Geen inspiratie? Leg het even weg en begin er weer aan als je wel inspiratie hebt.
  4. Bedenk, als je verhaal af is, wat je ermee wilt doen:
    1. Je kunt het verhaal voor jezelf houden. Het is immers bedoeld om je eigen gedachten te ordenen. Dan kan je het later misschien nog teruglezen en besef je dat het beter gaat, of kan je er steun uit halen.
    2. Je kunt je verhaal op een website laten plaatsen, bijvoorbeeld op deze website. In dat geval haal je alles wat jou herkenbaar maakt weg. Dus bijvoorbeeld je naam, namen van anderen, je woonplaats. Mail naar: info@iedereenisanders.nl

    Zelfbeeld

    Er bestaan veel stereotype beelden over homo’s, lesbiennes en bi’s: erg overdreven beelden die het idee geven dat alle homo’s, lesbiennes en bi’s hetzelfde zijn. Het kan zijn dat je hierdoor soms onzeker voelt over jezelf. Dat is begrijpelijk. Maar onthoud: jij mag gewoon jezelf zijn. En als iedereen gewoon zich zelf is, is iedereen anders. En dat is wel zo leuk: het zou toch saai zijn als iedereen hetzelfde zou zijn?

Oefening 7: Als er iets vervelends is gebeurd….

1. Als iemand iets vervelends tegen je zegt vanwege je lesbisch-, homo- of bi-zijn of als je zelfs gediscrimineerd wordt, kun je je erg rot voelen. Lees hier wat je dan kan doen.
2.Bedenk voor jezelf een plannetje wat je gaat doen met je negatieve ervaring. Is het discriminatie of geweld? Denk dan aan een melding of aangifte. Is het een vervelende opmerking? Bedenk dan wat je de volgende keer kan terugzeggen als iemand zoiets zegt. Gebeurde het op school? Check dan alles hier over pesten en wat je hiertegen kan doen.
3. Schrijf je plannetje op en check over een week hoever je bent gekomen. Is het nog niet gelukt? Neem een vriend(in) in vertrouwen en ga samen het plan uitvoeren.

Oefening 8: Gedachten veranderen

Belangrijk is om er zelf niet alleen mee rond te blijven lopen, maar er ook over te praten met anderen. Wat ook verschil uitmaakt, is hoe je er zelf op terug kijkt.
1. Schrijf alle gedachten op over wat je hebt meegemaakt ten aanzien van jezelf.
Bijvoorbeeld:
“Ik had mij anders moeten kleden”.
“Ik had daar ook niet moeten lopen.”
“Had ik maar om hulp geroepen”.
2. Bedenk nu dat een goede vriend(in) je jouw ervaring zou vertellen. Jouw uitgangspunt is dat iedereen zichzelf mag zijn en dat niemand het recht heeft een ander hierop aan te vallen. Wat zou je als vriend(in) tegen jezelf zeggen?
3. Schrijf een paar krachtige ideeën op over wat je hebt meegemaakt. Bijvoorbeeld:
“Al ga ik in een bikini over straat, ik mag aantrekken wat ik wil.”
“Niemand heeft het recht mij aan te vallen.”
“Een persoon die een ander becommentarieert / uitscheldt omdat ie anders, is laf.”
4. Herhaal die gedachten voor jezelf een paar keer per dag.

 

Er bestaan veel stereotype beelden over homo’s, lesbiennes en bi’s: erg overdreven beelden die het idee geven dat alle homo’s, lesbiennes en bi’s hetzelfde zijn. Het kan zijn dat je hierdoor soms onzeker voelt over jezelf. Dat is begrijpelijk. Maar onthoud: jij mag gewoon jezelf zijn. En als iedereen gewoon zich zelf is, is iedereen anders. En dat is wel zo leuk: het zou toch saai zijn als iedereen hetzelfde zou zijn?